Vreemdelingenrecht
COA, beroep niet-ontvankelijk, geen besluit
Rechtbank Den Haag, 12 maart 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:3287 · Rechtbank Den Haag · 12 maart 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2021-3287
Zaakgegevens
Op 12 maart 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 12 maart 2021
- Datum publicatie
- 6 april 2021
- Zaaknummer
- AWB 19/2766
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:3287
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
COA, beroep niet-ontvankelijk, geen besluit
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 19/2766
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 maart 2021 in de zaak tussen
[eiser] , met v-nummer [V-nummer] , eiser
en
[eiseres] , met v-nummer [V-nummer] , eiseres
mede namens hun minderjarige kinderen:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2012,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2014,
[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2018, hierna gezamenlijk te noemen: eisers
(gemachtigde: J.M. Walls),
en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eisers tegen het eindigen van de opvang op 8 april 2019.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het beëindigen van de opvang van eisers op 8 april 2019. Eisers verzoeken het beroep gegrond te verklaren. Volgens eisers eindigde het recht op opvang van rechtswege door het besluit waarin hun asielaanvragen kennelijk ongegrond verklaard zijn. Verweerder weigerde eisers naar een gezinslocatie te verplaatsen. Eisers zijn herhaaldelijk door verweerder weggestuurd wanneer zij zich in [plaats] voor opvang meldden. Eisers verwijzen naar een e-mail van verweerder van 12 april 2019.
3. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het einde van de opvang niet voortvloeide uit een besluit van het COA, maar uit het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verder zijn de asielberoepen inmiddels gegrond verklaard, waardoor eisers weer in de opvang van het COA verblijven en er geen belang meer is bij het onderhavige beroep.
4. De rechtbank is van oordeel dat er geen besluit van verweerder ligt tot beëindiging van de opvang, noch dat er sprake is van een feitelijke handeling die gelijkgesteld moet worden met een besluit. Er is geen schriftelijke aanzegging gedaan door verweerder inhoudende dat eisers de opvang moesten verlaten. In de e-mail van verweerder van 12 april 2019 staat dat verzoekers, aangezien zij de voorlopige voorziening, gericht tegen de afwijzende beschikking op hun opvolgende asielaanvraag, in Nederland mogen afwachten, zij dat, gelet op het arrest Gnandi, in de opvang mogen doen. Teneinde toegelaten te worden tot de opvang kunnen verzoekers zich melden op AC [plaats] , aldus verweerder. Deze e-mail is er niet op gericht enig rechtsgevolg tot stand te brengen en kan daarom ook niet als besluit worden aangemerkt. Er is dan ook geen sprake van een voor beroep vatbaar besluit. De rechtbank verwijst in dit kader ook naar de uitspraak van deze rechtbank van 12 april 2019 over het verzoek om voorlopige voorziening.
5. Omdat geen sprake is van een besluit in de zin van de Awb verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.E. van Gestel, griffier. De beslissing is uitgesproken op 12 maart 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
de rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.