Vreemdelingenrecht
Mondelinge uitspraak; ongegrond; terugkeerbesluit en inreisverbod; Unierechtelijk openbare orde criterium…
Rechtbank Den Haag, 7 juni 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:6816 · Rechtbank Den Haag · 7 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2021-6816
Zaakgegevens
Op 7 juni 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 7 juni 2021
- Datum publicatie
- 5 juli 2021
- Zaaknummer
- AWB 21/689
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:6816
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mondelinge uitspraak; ongegrond; terugkeerbesluit en inreisverbod; Unierechtelijk openbare orde criterium; zwaar inreisverbod; werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/689
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juni 2021 in de zaak tussen
[eiser], geboren op [1993], van Chileense nationaliteit, eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H. Loth),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. J.A.C.M. Prins).
Procesverloop
Bij besluit van 4 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van 10 jaar opgelegd..
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 juni 2021. Eiser is met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Verweerder mocht eiser, gelet op de strafrechtelijke veroordeling van 28 mei 2020, een inreisverbod opleggen van 10 jaar gelet op artikel 66a, zevende lid, aanhef en onder a van de Vreemdelingenwet 2000 in samenhang met artikel 6.5a, vijfde lid, onder b, van het Vreemdelingenbesluit 2000. Verweerder heeft in zijn besluit voldoende gemotiveerd dat bij eiser sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. Aan het Unierechtelijk openbare orde criterium is dus voldaan. Het beroep van eiser op artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in verband met zijn verblijfsaanspraak in Spanje slaagt niet omdat niet is gebleken van een verblijfsrecht in Spanje. Het ligt op de weg van eiser om dat aan te tonen. Tot slot heeft eiser aangevoerd dat er onvoldoende is getoetst aan artikel 6.5 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Deze beroepsgrond slaag niet omdat niet duidelijk is op welk artikellid van artikel 6.5 van het Vreemdelingenbesluit 2000 eiser een beroep heeft gedaan. De beroepsgronden slagen niet en het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.