Vreemdelingenrecht
Asiel - (problemen ten gevolge van) homoseksuele geaardheid - politieke activiteiten in Nederland - beroep…
Rechtbank Den Haag, 22 juli 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:8536 · Rechtbank Den Haag · 22 juli 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2021-8536
Zaakgegevens
Op 22 juli 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 22 juli 2021
- Datum publicatie
- 3 augustus 2021
- Zaaknummer
- NL21.10024
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:8536
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Asiel - (problemen ten gevolge van) homoseksuele geaardheid - politieke activiteiten in Nederland - beroep ongegrond
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats 's-Gravenhage
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.10024
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: 2874201794
(gemachtigde: mr. H.W.F. Klarenaar),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. E. de Jong).
Procesverloop
Bij besluit van 21 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 15 juli 2021 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen H. Abdullah. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Waar gaat deze zaak over?
1. Eiser stelt de Ugandese nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedag] 1993. Hij heeft – zeer kort samengevat – het volgende aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd. Eiser is homoseksueel en vreest dat hij bij terugkeer naar Uganda zal worden vermoord door zijn familie of mensen uit het dorp. Eiser is betrapt toen hij buiten aan het knuffelen en zoenen was met zijn vriend [A] . Hij is toen met stenen geslagen. Hij is na dit incident ondergedoken in het huis van zijn moeder, totdat hij Uganda heeft verlaten. Eiser stelt dat hij ook al eerder door zijn vader en andere familieleden is mishandeld, mede vanwege problemen met zijn homoseksuele broertje. Daarnaast heeft eiser ten grondslag gelegd aan zijn asielaanvraag dat hij vreest voor problemen in Uganda als gevolg van zijn deelname aan demonstraties in Nederland voor de vrijheid in Uganda. Hij is hierbij ook op de foto gegaan met politiek activist Bobi Wine.
2. Volgens verweerder bevat het asielrelaas van eiser de volgende relevante elementen:
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- homoseksuele geaardheid;
- problemen ten gevolge van homoseksuele geaardheid;
- politieke activiteiten in Nederland.
Verweerder heeft het eerste en laatste relevante element geloofwaardig geacht, maar volgens verweerder heeft eiser wegens deze elementen geen gegronde vrees voor vervolging als bedoeld in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Ook heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij in dit kader een reëel risico loopt op ernstige schade.
Verweerder heeft de gestelde homoseksuele geaardheid ongeloofwaardig geacht. Volgens verweerder heeft eiser op meerdere vlakken wisselend, ongerijmd, summier en tegenstrijdig verklaard over de ontdekking van zijn homoseksuele gevoelens en zijn relatie en contact met [A] . Hierdoor heeft eiser geen inzichtelijk persoonlijk verhaal naar voren gebracht. Eiser heeft daarom niet aannemelijk gemaakt dat hij homoseksueel is. Ook heeft verweerder de problemen ten gevolgen van eisers homoseksuele geaardheid ongeloofwaardig geacht. Volgens verweerder heeft eiser onder meer vreemde verklaringen gegeven over het moment dat hij met [A] betrapt werd en over de periode erna toen hij bij zijn moeder ondergedoken zat. Ook heeft eiser wisselende verklaringen gegeven over de momenten dat hij het huis verliet in de periode dat hij ondergedoken zat. Verweerder heeft, mede gelet op het voorgaande, geconcludeerd dat eiser de problemen als gevolg van zijn homoseksuele geaardheid niet aannemelijk heeft gemaakt.
Gelet op het voorgaande heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen. Verweerder heeft de aanvraag als kennelijk ongegrond afgewezen, op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), in samenhang gelezen met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw 2000, omdat eiser pas enkele dagen na het verlopen van zijn visum een asielaanvraag heeft ingediend.
Wat vindt eiser in beroep?
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en stelt dat zijn asielaanvraag ten onrechte is afgewezen. De rechtbank gaat hierna puntsgewijs in op wat eiser heeft aangevoerd.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Algemene Asielprocedure
4.1 De rechtbank stelt voorop dat verweerder, in tegenstelling tot wat eiser heeft aangevoerd, de aanvraag van eiser in de Algemene Asielprocedure heeft kunnen afdoen. De rechtbank stelt vast dat het nader gehoor van eiser op twee dagen heeft plaatsgevonden en dat eiser bevestigend heeft geantwoord op de vraag of hij alles heeft kunnen zeggen tijdens het gehoor wat hij wilde zeggen. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat eiser zijn relaas onvoldoende naar voren heeft kunnen brengen. Ook ter zitting heeft eiser desgevraagd niet aan kunnen geven welke informatie door eventuele tijdsnood niet naar voren kon worden gebracht. Van een onzorgvuldig tot stand gekomen besluit is de rechtbank dan ook niet gebleken.
Homoseksuele geaardheid
4.2 Eiser stelt dat verweerder zijn homoseksuele geaardheid ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Eiser voert aan dat verweerder zijn verklaringen over de ontdekking van zijn geaardheid ten onrechte niet heeft gevolgd, omdat deze wisselend, niet concreet en tegenstrijdig zouden zijn. Eiser wijst hierbij op zijn jonge leeftijd, de complexiteit van jezelf accepteren in een homofoob land en de uiteenlopende gevoelens die daarbij horen. Als verweerder meer had willen weten over de twijfels die eiser over zijn gevoelens had, had verweerder hierover moeten doorvragen. Eiser verwijst hierbij naar een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Ook had verweerder in dit kader rekening moeten houden met de sociale omstandigheden, het opleidingsniveau en de culturele achtergrond van eiser. Eiser heeft verder concreet en gedetailleerd verklaard over zijn gevoelens voor en relatie met [A] . Meer persoonlijke details heeft verweerder niet kunnen verlangen, eiser en [A] hebben ook nooit samengewoond. Ook over de relaties met zijn voormalige kamergenoot Dennis en zijn twee vriendinnen heeft eiser duidelijk verklaard. Ten onrechte wordt hem verder verweten dat hij alleen met het COC contact heeft opgenomen en niet met andere relevante organisaties. Verweerder heeft hierbij geen rekening gehouden met de (corona)beperkingen waar eiser mee te maken heeft.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder de homoseksuele geaardheid van eiser niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Verweerder heeft terecht gesteld dat eiser wisselend heeft verklaard over het moment dat hij besefte dat hij homoseksueel was. Zo heeft eiser eerst verklaard dat dit moment in 2008 was na contact met zijn toenmalige kamergenoot Dennis, terwijl hij later heeft verklaard dat het besef pas in 2011 kwam toen hij [A] ontmoette. In het verlengde hiervan heeft eiser niet ondubbelzinnig verklaard over wat bepalend was voor het uiteindelijke besef dat hij homoseksueel is. Verweerder heeft mogen stellen dat deze wisselende verklaringen afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiser over zijn geaardheid. Het feit dat eiser op die leeftijd vrij jong was maakt het voorgaande niet anders, nu eiser de betreffende verklaringen heeft gegeven tijdens zijn nader gehoor toen hij meerderjarig was. Verwacht mag worden dat eiser hierover tijdens het nader gehoor eenduidig kan verklaren, omdat het om een belangrijk onderdeel gaat van zijn asielrelaas.
Verweerder heeft daarnaast mogen stellen dat eiser wisselend heeft verklaard over het moment dat hij voor het eerst over homoseksualiteit hoorde en welke gevoelens dat bij hem veroorzaakte. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij in 2005/2006 voor het eerst over homoseksualiteit hoorde tijdens een godsdienstles op school en dat hij daardoor negatieve gevoelens kreeg over zichzelf en zijn leven, terwijl eiser eerder heeft verklaard dat hij pas in 2008 (dan wel 2011) een besef had van zijn homoseksuele geaardheid. Verweerder heeft hierover mogen stellen dat dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van eisers verklaringen over zijn geaardheid. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat verweerder hier meer over had moeten doorvragen. Uit het verslag van het nader gehoor blijkt namelijk dat verweerder eiser hier nader over heeft bevraagd, waarbij eiser heeft bevestigd dat de twijfels over zijn geaardheid pas in 2008 zijn begonnen.
Verweerder heeft voorts eisers verklaringen over de relatie met [A] vreemd mogen achten. Zo heeft eiser onder meer verklaard dat hij een liefdesrelatie met [A] kreeg vanaf het moment dat laatstgenoemde in november 2011 hun school verliet, terwijl de jongens elkaar daarna tot december 2013 niet meer gesproken zouden hebben.
De rechtbank overweegt tot slot dat verweerder heeft kunnen meewegen dat eiser ondanks zijn relatief lange verblijfstijd in Nederland weinig heeft kunnen verklaren over andere lhbti-organisaties dan het COC.
Problemen ten gevolge van homoseksuele geaardheid
4.4 Eiser voert aan dat verweerder zijn gestelde problemen, als gevolg van zijn homoseksuele geaardheid, ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Eiser heeft tijdens het nader gehoor een brief laten zien van de voorzitter van zijn voormalige woonplaats en verklaringen afgegeven over verschillende littekens. Dit had ook aanleiding moeten zijn om nader onderzoek in te stellen en de zaak in de verlengde asielprocedure te behandelen. Verweerder heeft daarnaast niet dan wel onvoldoende gekeken naar de problemen die eiser als (toegedichte) homoseksuele man in Uganda zal ondervinden bij terugkeer. Hiervoor verwijst eiser naar een uitspraak van de rechtbank Den Haag.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder ook de problemen ten gevolge van de homoseksuele geaardheid niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. De rechtbank overweegt hiertoe dat verweerder het vreemd heeft mogen achten dat eiser in het openbaar [A] heeft geknuffeld en gezoend, terwijl hij daarvoor al veel problemen stelt te hebben ondervonden vanwege zijn homoseksualiteit. Ook heeft verweerder het opmerkelijk kunnen achten dat eiser na het incident met [A] in 2019 is ondergedoken in het huis van zijn moeder, nu het incident vlak bij dat huis heeft plaatsgevonden en hij makkelijk vindbaar was indien hij door mensen gezocht zou worden. Verder heeft eiser meerdere keren wisselend verklaard over het verlaten van het huis van zijn moeder toen hij daar ondergedoken zat.
Ten aanzien van de overgelegde brief van de voorzitter (burgemeester) en eisers littekens overweegt de rechtbank het volgende. Nu verweerder de homoseksuele geaardheid en de daaruit volgende problemen van eiser niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht, heeft verweerder niet de waarde hoeven geven aan de overgelegde brief die eiser daaraan gehecht wenst te zien. Dit geldt ook voor eisers littekens, te meer nu niet kan worden vastgesteld wat de oorzaak van die littekens is. Verweerder heeft dan ook kunnen afzien van nader onderzoek naar de brief en de littekens.
Tot slot volgt de rechtbank eiser niet in zijn betoog dat verweerder onvoldoende heeft gekeken naar de problemen die eiser als toegedichte homoseksuele man zal ondervinden in Uganda. Nu verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers relaas over zijn homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende gevolgen ongeloofwaardig zijn, is van toegedichte homoseksualiteit immers ook geen sprake.
Politieke activiteiten in Nederland
4.6 Eiser voert verder aan dat verweerder ten onrechte heeft gesteld dat eisers politieke activiteiten onvoldoende zijn om hem een verblijfsvergunning asiel te verlenen. Verweerder heeft met een te simpele uitleg volstaan en ten onrechte geen nader onderzoek gedaan naar de overgelegde foto’s waarop te zien is dat eiser deelneemt aan demonstraties in Nederland.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht tot de conclusie is gekomen dat bij eiser geen fundamentele politieke overtuiging aanwezig is. Hiertoe is van belang dat eiser weinig kon verklaren over Bobi Wine en zijn politieke activiteiten. Verder heeft verweerder mogen betrekken dat eiser geen politieke activiteiten in Uganda heeft verricht en dat hij over zijn activiteiten in Nederland enkel heeft verklaard dat hij voor vrijheid heeft gedemonstreerd. Gelet op het voorgaande volgt de rechtbank eiser dan ook niet in zijn betoog dat verweerder nader onderzoek had moeten doen naar de overgelegde foto’s.
Uitstel van vertrek, vertrektermijn en inreisverbod
4.8 Eiser voert tot slot aan dat hem ten onrechte geen uitstel van vertrek en geen vertrektermijn is gegeven. Ook betoogt hij dat, gezien een eventuele baan in de kledingbranche in Uganda, ten onrechte een inreisverbod is opgelegd.
De rechtbank volgt eiser hier niet. Eiser heeft niet onderbouwd dat hij aan de voorwaarden voor uitstel van vertrek voldoet. Zoals verweerder verder in het bestreden besluit heeft toegelicht is eisers aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, waardoor hij op grond van artikel 62, tweede lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 Nederland onmiddellijk dient te verlaten. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die maken dat aan eiser toch een vertrektermijn moet worden gegeven. Gelet op het voorgaande was verweerder op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 gehouden om ook een inreisverbod uit te vaardigen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerder om humanitaire of andere redenen moet afzien van het uitvaardigen van een inreisverbod of de duur daarvan had moeten verkorten. Dat eiser eventueel bij terugkeer in Uganda weer een baan in de kledingbranche zal krijgen, is hiertoe onvoldoende.
Wat is de conclusie?
5. Gelet op al het voorgaande heeft verweerder terecht geconcludeerd dat eiser niet in aanmerking komt voor toelating op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw 2000. Ook is aan eiser terecht een inreisverbod opgelegd.
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid vanmr. J.F.A. Bleichrodt, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.