Vreemdelingenrecht
beroep niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk. Overmacht is ingetreden, toen de termijn voor het nemen…
Rechtbank Den Haag, 11 februari 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:9775 · Rechtbank Den Haag · 11 februari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2021-9775
Zaakgegevens
Op 11 februari 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 11 februari 2021
- Datum publicatie
- 3 september 2021
- Zaaknummer
- NL20.10918
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:9775
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
beroep niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk. Overmacht is ingetreden, toen de termijn voor het nemen van een besluit nog niet was verstreken. Eiser heeft de ingebrekestelling in de overmachtsperiode, en daarom te vroeg, gestuurd.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.10918
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser, V-nummer [V-nummer]
(gemachtigde: mr. F.L.M. van Haren),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Op 18 mei 2020 heeft eiser digitaal beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een
besluit door verweerder op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Verweerder heeft op 2 juni 2020 een verweerschrift ingediend.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De rechtbank stelt voorop dat eiser bij verweerder geregistreerd staat als [A] , geboren op [geboortedag] 1949 en van Indiase nationaliteit.
2. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. Tegen het niet tijdig beslissen staat dan ook beroep bij de rechtbank open.
3. Op grond van artikel 6:12, eerste lid, van de Awb is het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet aan een termijn gebonden.
Op grond van het tweede lid van dit artikel kan het beroepschrift worden ingediend zodra:
a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en
b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan
schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.
4. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn op 24 april 2020 is verstreken en dat eiser verweerder bij brief van 29 april 2020 heeft medegedeeld dat verweerder in gebreke is.
5. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraak van 16 december 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2949) geoordeeld dat overmacht, ingevolge artikel 4:15, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb, de termijn voor het nemen van een besluit zelfstandig heeft opgeschort in de periode van 16 maart 2020 tot 16 mei 2020.
6. In het onderhavige geval is de overmacht op 16 maart 2020 ingetreden, toen de termijn voor het nemen van een besluit nog niet was verstreken, en is op 16 mei 2020 geëindigd. Dat betekent dat overmacht de termijn voor het nemen van een besluit heeft opgeschort tot 16 mei 2020. De vreemdeling heeft de ingebrekestelling op 29 april 2020 dus te vroeg verstuurd.
7. Om die reden verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid vanmr. J.C. de Grauw, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.