Vreemdelingenrecht

Minderjarig – vrees voor besnijdenis – geen terugkeerbesluit genomen – uitstel van vertrek - onderzoek naar…

Rechtbank Den Haag, 26 september 2022

Zaakgegevens

Op 26 september 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
26 september 2022
Datum publicatie
3 oktober 2022
Zaaknummer
NL22.18053
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:10038
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Minderjarig – vrees voor besnijdenis – geen terugkeerbesluit genomen – uitstel van vertrek - onderzoek naar adequate opvang - Afdelingsuitspraak 8 juni 2022 – gebreken hersteld – beroep ongegrond - proceskostenveroordeling

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.18053


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoekster,

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. R. Deniz),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. J. Visschers).


Procesverloop

Bij besluit van 29 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL21.12794, op 20 april 2022 op zitting behandeld. Verzoekster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verschenen zijn de gestelde tante van verzoekster [naam2], en de voogd van Nidos [naam3]. Als tolk is verschenen B.J. Kane. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Het onderzoek is ter zitting gesloten.

Op 24 mei 2022 heeft de rechtbank de termijn voor het doen van uitspraak verlengd met 6 weken.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.12794, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 759,-- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 759,-- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 759,-- (zevenhonderdnegenenvijftig euro).


Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.