Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening, niet-ontvankelijk, geen connexiteit
Rechtbank Den Haag, 26 september 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:10053 · Rechtbank Den Haag · 26 september 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-10053
Zaakgegevens
Op 26 september 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 26 september 2022
- Datum publicatie
- 3 oktober 2022
- Zaaknummer
- AWB 19/4052
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:10053
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorlopige voorziening, niet-ontvankelijk, geen connexiteit
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 19/4052
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam 1], verzoekster
V-nummer: [nummer],
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 26 april 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor ‘verblijf bij echtgenoot [naam 2]’ afgewezen.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 14 juli 2020 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er ook een bezwaar of beroep aanhangig is.
2. Aangezien er al op het bezwaar is beslist, is er geen bezwaar meer aanhangig. Bij brieven van 16 juli 2020, 17 augustus 2020 en 27 augustus 2020 heeft de voorzieningenrechter verzoekster medegedeeld dat beroep open staat tegen het besluit op bezwaar. Verzoekster heeft niet binnen de gestelde termijn gereageerd. Daarom kan geen toepassing worden gegeven aan artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb (het aanmerken van een verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar als een verzoek om voorlopige voorziening hangende beroep).
3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, op 20 september 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.