Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 22 juli 2022

Zaakgegevens

Op 22 juli 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
22 juli 2022
Datum publicatie
29 juli 2022
Zaaknummer
AWB 21/5150
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:7786
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

plakvovo.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 21/5150


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[Naam], verzoeker,

V-nummer: [Nummer]

(gemachtigde: mr. C.N. Noordzee),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.


Procesverloop

Bij besluit van 3 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning van 18 januari 2021 (het primaire besluit) ongegrond verklaard.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van 19 april 2022, zaaknummer AWB 21/5149, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.


Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, op 22 juli 2022 en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.