Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 1 augustus 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:7955 · Rechtbank Den Haag · 1 augustus 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-7955
Zaakgegevens
Op 1 augustus 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 1 augustus 2022
- Datum publicatie
- 5 augustus 2022
- Zaaknummer
- NL22.14192
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:7955
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.14192
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. D. Schaap),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Verweerder heeft op 10 juni 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.
Bij uitspraak van 28 juli 2022 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep ongegrond verklaard en het verzoek afgewezen.
Overwegingen
1. Naar aanleiding van een schrijven van eiser van 28 juli 2022 met als onderwerp ‘Voortijdige uitspraak’ heeft de rechtbank het dossier opnieuw geraadpleegd teneinde antwoord te kunnen geven op de in dit schrijven gestelde vraag.
2. Daarbij is haar gebleken dat door haar een kennelijke fout is begaan. Immers, uit het bericht van de rechtbank van 25 juli 2022 volgt dat de rechtbank eiser in de gelegenheid heeft gesteld om, nadat verweerder de voortgangsgegevens in het dossier heeft gebracht, uiterlijk op de tweede volle werkdag, voor 23.59 uur, op de voortgangsgegevens te reageren. Uit nader onderzoek in het systeem van de rechtbank is gebleken dat deze inlichtingen door verweerder zijn ingebracht op 26 juli 2022. Door een verkeerde lezing van het systeem is de rechtbank ten onrechte uit gegaan van de omstandigheid dat de voortgangsgegevens reeds op 25 juli 2022 in het digitale dossier zijn gebracht. De rechtbank heeft dan ook, met de uitspraak van 28 juli 2022, ten onrechte het verstrijken van de termijn voor een reactie van eiser niet afgewacht. Eiser had tot 28 juli 2022, 23.59 uur, om deze schriftelijk in het dossier te brengen.
3. In dit laatste ziet de rechtbank aanleiding om de uitspraak van 28 juli 2022 vervallen te verklaren. Dat betekent dat het onderzoek in het beroep wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Beslissing
De rechtbank verklaart de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 28 juli 2022 met zaaknummer NL22.14192, waarin het beroep ongegrond is verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen, vervallen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.