Vreemdelingenrecht
Eisers hebben aangevoerd dat de toegangsweigering onrechtmatig is, omdat verweerder geen stempel in hun…
Rechtbank Den Haag, 15 augustus 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:8352 · Rechtbank Den Haag · 15 augustus 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-8352
Zaakgegevens
Op 15 augustus 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 15 augustus 2022
- Datum publicatie
- 22 augustus 2022
- Zaaknummer
- NL21.17171 en 17168
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:8352
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Eisers hebben aangevoerd dat de toegangsweigering onrechtmatig is, omdat verweerder geen stempel in hun paspoort heeft geplaatst en de toegangsweigering niet heeft opgenomen in een register.
In navolging van de Afdeling (uitspraak van 16 april 2021) oordeelt de rechtbank dat de registratie geen vereiste is voor de geldigheid van de toegangsweigering. Ditzelfde geldt naar het oordeel van de rechtbank voor de voorschriften die zijn genoemd in Bijlage V. De vraag of verweerder een inreisstempel heeft geplaatst in de paspoorten van eisers en het inreisstempel vervolgens heeft doorgehaald, is daarom evenmin relevant voor de rechtsgeldigheid van de toegangsweigering.
De rechtbank ziet geen reden om prejudiciële vragen te stellen omdat het naar het oordeel van de rechtbank gaat om een zogenoemde acte claire.
Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat verweerder ter zitting heeft toegelicht dat de toegangsweigering wel wordt geregistreerd. Niet in het EES systeem, omdat dat nog niet bestaat, maar in het nationale register VBS. Verder is volgens verweerder in deze specifieke gevallen abusievelijk afgezien van het plaatsen en doorhalen van een inreisstempel.
Eisers hebben verder aangevoerd dat het formulier van de toegangsweigering niet overeenkomt met het formulier dat als bijlage bij de SGC is opgenomen.
Ter zitting heeft de gemachtigde van eisers erkend dat de informatie in het formulier van de toegangsweigering overeenkomt met het standaardformulier zoals opgenomen in Bijlage V, deel B, SGC, maar dat in de SGC staat dat dát formulier gebruikt moet worden. De enkele omstandigheid dat de opmaak wellicht op één of meerdere punten verschilt van het standaardformulier, geen aanleiding vormt om de toegangsweigering onrechtmatig te achten. Het gaat om de inhoud van het formulier.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: NL21.17171 en NL21.17168
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , eisers
V-nummers: [v-nummer 1] en [v-nummer 2]
(gemachtigde: mr. J.E. Groenenberg),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. T. Pourjalili).
Procesverloop
Bij besluiten van 6 augustus 2021 (het primaire besluit) heeft de ambtenaar belast met de grensbewaking eisers de toegang geweigerd op grond van artikel 14, gelezen in samenhang met artikel 6 van de Schengengrenscode (hierna SGC).
Eisers hebben hiertegen een administratief beroepschrift ingediend. Bij besluiten van 17 oktober 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de administratieve beroepen ongegrond verklaard.
Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 3 augustus 2022 op zitting behandeld. Eisers en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Overwegingen
1. Eisers hebben de Britse nationaliteit en zijn geboren op [geboortedatum 1] respectievelijk [geboortedatum 2] .
2. Verweerder heeft eisers de toegang geweigerd, omdat eisers niet in het bezit waren van passende documentatie waaruit het doel en de omstandigheden van het verblijf blijken, niet in het bezit waren van toereikende bestaansmiddelen voor de duur en de vorm van het verblijf of de terugkeer naar het land van herkomst of doorreis. Ook werden eisers beschouwd als een gevaar voor de openbare orde en de binnenlandse veiligheid, de volksgezondheid of de internationale betrekkingen van een van de lidstaten van de Europese Unie. Niet in geschil is dat verweerder de toegang om deze redenen mocht weigeren.
3. Ter zitting heeft de gemachtigde van eisers aangegeven de beroepsgrond dat zij niet zijn gehoord met behulp van een tolk Engels op B2-niveau niet te handhaven. De rechtbank zal deze grond dan ook niet bespreken.
4. Eisers hebben, kortgezegd, aangevoerd dat verweerder in strijd met artikel 14, zesde lid, SGC geen stempel in hun paspoort heeft geplaatst en de toegangsweigering niet heeft opgenomen in een register. Daardoor is de toegangsweigering onrechtmatig.
De rechtbank volgt eisers hierin niet. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 16 april 2021 geoordeeld dat, hoewel de weigering van toegang moet worden opgenomen in een register of lijst, deze registratie geen vereiste is voor de geldigheid van de toegangsweigering. De toegangsweigering is namelijk onmiddellijk van toepassing zonder dat het vereiste van registratie is gesteld. Dit volgt uit artikel 14, tweede lid, derde volzin, SGC. De rechtbank ziet in wat eisers hebben aangevoerd geen reden om tot een ander oordeel te komen.
Ditzelfde geldt naar het oordeel van de rechtbank voor de voorschriften die zijn genoemd in Bijlage V. De vraag of verweerder een inreisstempel heeft geplaatst in de paspoorten van eisers en het inreisstempel vervolgens heeft doorgehaald, is daarom evenmin relevant voor de rechtsgeldigheid van de toegangsweigering.
De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank ziet geen reden om prejudiciële vragen te stellen, zoals eisers hebben verzocht, omdat het naar het oordeel van de rechtbank gaat om een zogenoemde acte claire. In dat kader is nog van belang dat de gemachtigde van eisers heeft erkend dat de uitspraken die tot op heden op dit punt zijn gedaan eensluidend zijn en de door eisers voorgestane uitleg niet volgen.
Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat verweerder ter zitting heeft toegelicht dat de toegangsweigering wel wordt geregistreerd. Niet in het EES systeem, omdat dat nog niet bestaat, maar in het nationale register VBS. Dit is conform de Europese regelgeving als vastgelegd in Verordening (EU) 2017/226 en Verordening (EU) 2017/225. Verder is volgens verweerder in deze specifieke gevallen abusievelijk afgezien van het plaatsen en doorhalen van een inreisstempel.
5. Eisers hebben verder aangevoerd dat het formulier van de toegangsweigering niet overeenkomt met het formulier dat als bijlage bij de SGC is opgenomen. Daarom is het bestreden besluit in strijd met de SGC tot stand gekomen.
Ter zitting heeft de gemachtigde van eisers erkend dat de informatie in het formulier van de toegangsweigering overeenkomt met het standaardformulier zoals opgenomen in Bijlage V, deel B, SGC, maar dat in de SGC staat dat dát formulier gebruikt moet worden.
De rechtbank is van oordeel dat de enkele omstandigheid dat de opmaak wellicht op één of meerdere punten verschilt van het standaardformulier, geen aanleiding vormt om de toegangsweigering onrechtmatig te achten. Het gaat om de inhoud van het formulier en het door verweerder gebruikte formulier wijkt inhoudelijk niet af van het genoemde standaardformulier, waarbij vooral van belang is dat de aangekruiste weigeringsgronden in het gebruikte formulier exact hetzelfde zijn als in het standaardformulier.
De beroepsgrond slaagt niet.
6. De beroepen zijn ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. van Putten, rechter, in aanwezigheid van mr. drs. S.R.N. Parlevliet, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hoger beroepschrift. U moet dit hoger beroep indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.