Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 19 september 2022

Zaakgegevens

Op 19 september 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
19 september 2022
Datum publicatie
23 september 2022
Zaaknummer
NL22.13893
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:9645
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

mob

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL22.13893


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [Nummer]

(gemachtigde: mr. H.K. Westerhof),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. P. van Zijl).

Procesverloop

Bij besluit van 19 juli 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL22.13894, op 15 september 2022 op zitting behandeld. Eiser is, met bericht vooraf van zijn gemachtigde, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiser nog procesbelang heeft bij zijn beroep.

2. Bij brief van 23 mei 2022 heeft verweerder de Spaanse autoriteiten meegedeeld

dat de overdracht van eiser niet kan plaatsvinden omdat eiser met onbekende bestemming vertrokken is. Tevens heeft verweerder meegedeeld dat de overdrachtstermijn tot 18 maanden is verlengd. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser bij bericht van

12 september 2022 meegedeeld dat hij geen contact meer heeft met eiser, evenmin weet waar eiser zich bevindt en daarom niet ter zitting zal verschijnen.

3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

volgt dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder

verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van uit wordt gegaan dat die

vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk verzochte bescherming in

Nederland. Dit is alleen anders als de vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn

gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming.

4. Nu eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact

meer onderhoudt met zijn gemachtigde, moet ervan uit worden gegaan dat eiser geen prijs

meer stelt op de door hem verzochte bescherming en op een beoordeling van zijn beroep.

De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke

beoordeling van het door hem ingestelde beroep tegen het bestreden besluit.

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 september 2022 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van
22 september 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:579).