Vreemdelingenrecht
plakvovo bij zaaknummer NL23.12230.
Rechtbank Den Haag, 31 augustus 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:12986 · Rechtbank Den Haag · 31 augustus 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-12986
Zaakgegevens
Op 31 augustus 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 31 augustus 2023
- Datum publicatie
- 31 augustus 2023
- Zaaknummer
- NL23.12231
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12986
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
plakvovo bij zaaknummer NL23.12230.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.12231
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , V-nummer: [nummer] , verzoekster
(gemachtigde: mr. M. Pals),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: L. Rossingh).
Procesverloop
Bij besluit van 20 april 2023 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris de bezwaren van verzoekster ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag om een verblijfsvergunning regulier mensenhandel in stand gelaten.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Met toestemming van partijen heeft de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 8:57, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht een onderzoek ter zitting achterwege gelaten. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.12230, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.E.J. Jansen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.