Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 2 februari 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:1302 · Rechtbank Den Haag · 2 februari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-1302
Zaakgegevens
Op 2 februari 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 2 februari 2023
- Datum publicatie
- 8 februari 2023
- Zaaknummer
- NL22.20874,NL22.20876, NL22.20878
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1302
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vovo
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL22.20874, NL22.20876 en NL22.20878
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[naam 1], verzoeker
V-nummer: [nummer]
[naam 2], verzoekster
V-nummer: [nummer]
en de minderjarige kinderen,
[naam 3]
V-nummer: [nummer]
[naam 4]
V-nummer: [nummer]
Tezamen te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. E.R. Hagenaars),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).
Procesverloop
Bij besluiten van 14 oktober 2022 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaken NL22.20873, NL22.20875 en NL22.29877 op 8 december 2022 te Breda op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen S. Breukel. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Verzoeker is geboren op [geboortedatum 1] 1986, verzoekster is geboren op [geboortedatum 2] 1991 en de minderjarige kinderen zijn geboren op respectievelijk [geboortedatum 3] 2017 en [geboortedatum 4] 2019. Zij stellen allen van Ugandese nationaliteit te zijn.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL22.20873, NL22.20875 en NL22.29877 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A. Karsten - Badal, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.