Vreemdelingenrecht
Eerst beroep bewaring – lichter middel – beroep ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 4 januari 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:1952 · Rechtbank Den Haag · 4 januari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-1952
Zaakgegevens
Op 4 januari 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 4 januari 2023
- Datum publicatie
- 21 februari 2023
- Zaaknummer
- NL22.25898
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1952
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Eerst beroep bewaring – lichter middel – beroep ongegrond.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 4 januari 2023deze uitspraak
ECLI:NL:RBDHA:2023:1952
Raad van State · 13 februari 2023
ECLI:NL:RVS:2023:565Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL22.25898
Uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Dogan),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: M.A.M. Janssen).
Procesverloop
Bij besluit van 16 december 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 30 december 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen mw. M. Nije. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben.
2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Verweerder heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser:
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;
3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;
en als lichte gronden vermeld dat eiser:
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
3. Eiser heeft de zware en lichte gronden niet betwist. Wel heeft eiser aangevoerd dat volstaan kan worden met een lichter middel, namelijk de meldplicht. Met dit lichter middel kan volgens eiser worden volstaan, omdat eiser verblijft in een asielzoekerscentrum en hij een meewerkende houding heeft.
4. Nu eiser de zware en lichte gronden niet heeft betwist, heeft verweerder deze ten grondslag kunnen leggen aan de maatregel van bewaring. Deze gronden kunnen de maatregel naar het oordeel van de rechtbank dragen. De gronden zijn feitelijk juist en verweerder heeft voldoende toegelicht dat hieruit het risico volgt dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Verweerder kon eiser daarom in bewaring stellen.
5. De rechtbank deelt niet eisers stelling dat volstaan kan worden met een lichter middel. Verweerder heeft zich voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat in dit geval geen andere afdoende, maar minder dwingende maatregel dan inbewaringstelling doeltreffend kan worden toegepast. Daartoe overweegt de rechtbank allereerst dat de zware gronden en de daarbij gegeven motivering wijzen op een risico op onttrekking aan het toezicht. Daarnaast heeft verweerder in het bestreden besluit deugdelijk gemotiveerd waarom geen lichter middel is toegepast en dat evenmin is gebleken van omstandigheden die detentie onredelijk bezwarend maken. Het enkele feit dat eiser (pas) op zitting heeft verklaard wel terug te willen gaan naar Nigeria en hij meewerkend is, is onvoldoende voor een andere uitkomst van die beoordeling en dat kon worden volstaan met een meldplicht.
6. Tot slot overweegt de rechtbank dat zij, ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe zij gehouden is (zie de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858), niet van oordeel is dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H. Broier, rechter, in aanwezigheid van
mr. K.M.R.L. Kamp, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 04 januari 2023
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.