Vreemdelingenrecht

Eerste beroep bewaring – lichter middel – beroep ongegrond

Rechtbank Den Haag, 7 december 2023

Zaakgegevens

Op 7 december 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
7 december 2023
Datum publicatie
12 december 2023
Zaaknummer
NL23.37922
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:19558
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Eerste beroep bewaring – lichter middel – beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.37922


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. B.J. Manspeaker),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. G. Cambier).


Procesverloop

Bij besluit van 1 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 6 december 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Surinaamse nationaliteit te hebben.

Lichter middel

2. Eiser stelt dat verweerder een lichter middel moet toepassen. Hij zal zich gedurende de asielprocedure beschikbaar houden. Eiser vreest voor de gevolgen bij terugkeer naar Suriname. Ook wijst eiser erop dat hij inmiddels een asielaanvraag heeft ingediend, waardoor ambtshalve medisch onderzoek zal plaatsvinden in het kader van artikel 64 van de Vw. Hij heeft daartoe medische informatie van de arts in het detentiecentrum overgelegd. Eiser stelt dat hij psychische klachten heeft en suïcidaal is. Ook heeft hij maag- en darmklachten.

3. Eiser heeft de gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd in beroep niet betwist. De rechtbank is van oordeel dat deze gronden feitelijk juist zijn en voldoende zijn toegelicht in de maatregel van bewaring. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen, zodat het risico op onttrekking reeds daarmee is gegeven.

4. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat niet is gebleken dat een lichter middel doeltreffend is om het onttrekkingsrisico te ondervangen. Daarbij is van belang dat eiser zich, nadat hem een terugkeerbesluit is opgelegd op 25 november 2022, ook aan het toezicht heeft onttrokken en hij zich tijdens zijn illegale verblijf in Nederland niet meer heeft gemeld bij de autoriteiten. Verder heeft verweerder eisers persoonlijke en medische omstandigheden voldoende meegewogen en terecht geconcludeerd dat niet is gebleken van omstandigheden die detentie voor eiser onevenredig bezwarend maken. Eiser heeft in het detentiecentrum toegang tot medische zorg, maakt daarvan gebruik en er mag van uit worden gegaan dat deze gelijk is aan de zorg in de vrije maatschappij. Dat er in het kader van zijn asielprocedure ambtshalve medisch onderzoek zal plaatsvinden maakt niet dat verweerder een lichter middel dient toe te passen of dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is. Voor zover eiser vreest voor de gevolgen bij terugkeer naar Suriname, geldt dat hij dit in het kader van zijn asielprocedure moet aanvoeren.

Ambtshalve toets

5. Tot slot leidt ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van de opheffing daarvan op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie

6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding

afgewezen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op

www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Vreemdelingenwet 2000. Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858 en - in aansluiting hierop - ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2829.