Vreemdelingenrecht

Dublinverordening, Portugal, Proces-verbaal.

Rechtbank Den Haag, 8 december 2023

Zaakgegevens

Op 8 december 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
8 december 2023
Datum publicatie
13 december 2023
Zaaknummer
NL23.32463
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:19617
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublinverordening, Portugal, Proces-verbaal.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.32463


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser

v-nummer: [V-nr.]

(gemachtigde: mr. B. Snoeij),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R.A. Mandersloot).

Procesverloop

Bij besluit van 6 oktober 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 7 december 2023 op zitting behandeld in Breda. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Eiser is begin november 2023 ten onrechte gemeld als “met onbekende bestemming (mob) vertrokken”. Ter zitting heeft verweerder beaamd dat die melding onjuist was. Daarna is er een nieuwe mob-melding ontvangen waarin staat dat eiser op 30 november 2023 is vertrokken, en dat hij niet langer in de asielopvang verblijft. De gemachtigde van eiser heeft voorafgaande aan de zitting laten weten dat hij op 10 november 2023 contact met eiser heeft gehad. De rechtbank gaat ervan uit dat daarmee is bedoeld dat dit zijn laatste contact met eiser was. Gemachtigde heeft verder aangegeven dat hij op dit moment geen contact met eiser heeft kunnen krijgen. Eiser is niet op zitting verschenen en zijn huidige verblijfplaats is niet bekend.

2. Uit dit alles leidt de rechtbank af dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming en op beoordeling van dit beroep. Daarmee is het procesbelang komen te ontbreken en is het beroep niet-ontvankelijk.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 december 2023 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.