Vreemdelingenrecht
beroep niet tijdig beslissen - ingebrekestelling prematuur - kennelijk niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 16 maart 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:3401 · Rechtbank Den Haag · 16 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-3401
Zaakgegevens
Op 16 maart 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 16 maart 2023
- Datum publicatie
- 16 maart 2023
- Zaaknummer
- NL22.15131
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3401
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
beroep niet tijdig beslissen - ingebrekestelling prematuur - kennelijk niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.15131
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. M.J.A. Bakker),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Op 5 augustus 2022 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op zijn asielaanvraag van 26 januari 2022.
Verweerder heeft geen verweerschrift of nadere reactie ingediend.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van de wet in deze zaak niet nodig is.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op zijn aanvraag, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag (de ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.
3. De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn op 26 juli 2022 is verstreken en dat eiser al daarvoor bij brief van 21 juli 2022, op diezelfde dag door verweerder ontvangen, een ingebrekestelling heeft gestuurd. Eiser heeft vervolgens op 5 augustus 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag.
4. De rechtbank stelt vast dat verweerder voor het einde van de wettelijke beslistermijn in gebreke is gesteld. Op 21 juli 2022 kon verweerder echter nog beslissen op de aanvraag. Dat betekent dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend. Op basis van een premature ingebrekestelling kan geen beroep tegen het niet tijdig beslissen worden ingediend. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.