Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 21 april 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:5771 · Rechtbank Den Haag · 21 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-5771
Zaakgegevens
Op 21 april 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 21 april 2023
- Datum publicatie
- 21 april 2023
- Zaaknummer
- NL23.10515
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5771
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Artikel 6 - ongegrond
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.10515
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. M.H.K. van Middelkoop),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. C. van Twillert).
Procesverloop
Bij besluit van 4 april 2023 (het bestreden besluit) is aan eiser met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
Partijen hebben toestemming verleend de zaak schriftelijk af te doen. Eiser heeft op 11 april 2023 de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft op 12 april 2023
een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft op 14 april 2023 het onderzoek
gesloten.
Overwegingen
1. Indien de rechtbank bij het beroep van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 94, zesde lid, van de Vw het beroep gegrond.
2. Op grond van artikel 5.1a van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) wordt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang. Deze wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken.
3. Eiser voert aan dat er sprake was van een Dublinindicatie omdat hij een Spaans visum heeft. Verweerder had daarom bij oplegging van de maatregel moeten motiveren dat er een significant onttrekkingsgevaar aanwezig was. Daarnaast voert eiser aan dat hij homoseksueel is en in Marokko lastig is gevallen door politie en mensen uit zijn eigen woonplaats. Bovendien is homoseksualiteit strafbaar in Marokko.
4. De rechtbank overweegt als volgt.
5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder op goede gronden de vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Het Spaanse Schengenvisum van eiser was geldig van 12 maart 2018 tot en met 25 april 2018. Het visum was niet meer geldig toen eiser op 4 april 2023 aangaf dat hij asiel wilde vragen. Verweerder heeft daarom terecht in eisers visum geen Dublinindicatie hoeven zien. Hetgeen eiser verder heeft aangevoerd kan in deze procedure niet aan de orde komen.
Conclusie
6. Nu ook anderszins niet is gebleken dat de maatregel van bewaring onrechtmatig moet worden geacht, is het beroep ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Verloop, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.