Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 15 mei 2023

Zaakgegevens

Op 15 mei 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
15 mei 2023
Datum publicatie
19 mei 2023
Zaaknummer
NL22.21874
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:7182
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

BNT

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL22.21874

V-nummers: [Nummer 1], [Nummer 2], [Nummer 3], [Nummer 4] en [Nummer 5]


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam 1], eiseres 1,

[Naam 2] , eiseres 2,

[Naam 3] , eiseres 3,

[Naam 4] , eiseres 4,

[Naam 5] , eiser,

hierna tezamen: eisers,

(gemachtigde: mr. M. Grigorjan),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eisers hebben op 31 maart 2022 een aanvraag tot afgifte van een mvv, met als verblijfsdoel ‘familie en gezin’.

Op 26 oktober 2022 hebben zij beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag door verweerder.

Op 29 november 2022 heeft verweerder alsnog op de aanvraag beslist. Verweerder heeft daarbij de Nederlandse ambassade in Beiroet gevraagd om aan eisers een mvv te verlenen.

Eisers hebben op 6 december 2022 bericht dat zij het beroep handhaven vanwege de gemaakte proceskosten.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting

Overwegingen

1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om afgifte van een mvv van eisers, stelt de rechtbank vast dat met de inwilliging van die aanvraag aan het beroep tegemoet is gekomen, zodat eisers gelet op het bepaalde in artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer hebben.

2. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

3. Eisers hebben recht op een vergoeding van de door hen gemaakte proceskosten in het kader van hun beroep tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,- en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:

? verklaart het beroep niet-ontvankelijk; en

? veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Machtiging tot voorlopig verblijf.