Vreemdelingenrecht
inreisverbod, vrije termijn overschreden, artikel 8 EVRM, beroep ongegrond
Rechtbank Den Haag, 21 juni 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:9148 · Rechtbank Den Haag · 21 juni 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-9148
Zaakgegevens
Op 21 juni 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 21 juni 2023
- Datum publicatie
- 27 juni 2023
- Zaaknummer
- NL22.21018
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9148
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
inreisverbod, vrije termijn overschreden, artikel 8 EVRM, beroep ongegrond
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.21018
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiseres
V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: M. Lorier).
Procesverloop
Verweerder heeft bij besluit van 24 september 2022 (het bestreden besluit) tegen eiseres een inreisverbod voor de duur van twee jaar uitgevaardigd.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Eiseres stelt te zijn geboren op [Geboortedatum] en de Surinaamse nationaliteit te hebben.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder tegen eiseres een inreisverbod voor de duur van twee jaar uitgevaardigd. Verweerder heeft daartoe overwogen dat eiseres de vrije termijn voor verblijf in Nederland heeft overschreden.
3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartegen het volgende aan. Verweerder heeft in het bestreden besluit onvoldoende rekening gehouden met de door eiseres naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden. Eiseres was bezig met het regelen van een vrijwillige terugkeer naar Suriname. Mede gelet op artikel 8 van het EVRM had verweerder daarom moeten afzien van het uitvaardigen van een inreisverbod wegens humanitaire redenen.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Verweerder kan een inreisverbod uitvaardigen tegen een vreemdeling die geen gemeenschapsonderdaan is en die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten. Verweerder heeft in de Vc beleidsregels opgenomen ter uitwerking van deze bevoegdheid. De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod op grond hiervan uit tegen een vreemdeling die de vrije termijn, bedoeld in artikel 3.3 van het Vb met meer dan drie dagen heeft overschreden en die Nederland niet onmiddellijk hoeft te verlaten.Geen inreisverbod wordt uitgevaardigd, indien het inreisverbod een schending van artikel 8 van het EVRM oplevert. Daarnaast kan om humanitaire of andere redenen worden afgezien van het uitvaardigen van een inreisverbod.
5. De rechtbank stelt vast dat niet is betwist dat eiseres de vrije termijn heeft overschreden. De stelling van eiseres dat zij bezig was met het regelen van een vrijwillig vertrek uit Nederland laat onverlet dat de vrije termijn al was verstreken. Verder blijkt uit het bestreden besluit dat verweerder de persoonlijke omstandigheden van eiseres heeft meegewogen en beoordeeld bij het nemen van het bestreden besluit. Eiseres heeft in haar beroepschrift niet toegelicht welke persoonlijke omstandigheden volgens haar leiden tot strijd met artikel 8 van het EVRM en heeft eveneens geen bewijsstukken ter onderbouwing van deze stelling overgelegd. De beroepsgrond slaagt niet.
6. Verweerder heeft daarom, gelet op het door hem gevoerde beleid, aanleiding kunnen zien om tegen eiseres een inreisverbod uit te vaardigen.
7. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.