Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 27 januari 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:967 · Rechtbank Den Haag · 27 januari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-967
Zaakgegevens
Op 27 januari 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 27 januari 2023
- Datum publicatie
- 2 februari 2023
- Zaaknummer
- NL22.23418 en NL22.23640
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:967
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
plak vovo, afwijzing
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht
zaaknummers: NL22.23418 en NL22.23640
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [Naam], verzoeker
v-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos), en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 15 november 2022 (het bestreden besluit 1) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Het bestreden besluit is tevens een overdrachtsbesluit.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit 1 beroep ingesteld. Tevens heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op 18 november 2022 heeft verweerder het bestreden besluit 1 ingetrokken en een nieuw besluit aan verzoeker bekendgemaakt (het bestreden besluit 2), waarbij andermaal is besloten om de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen en om hem over te dragen aan Italië.
Tegen het bestreden besluit 2 heeft verzoeker afzonderlijk beroep ingesteld (NL22.23639) en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen (NL22.23640).
De voorzieningenrechter heeft ten aanzien van beide verzoeken om voorlopige voorziening bepaald dat het onderzoek ter zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb1 achterwege blijft.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van 12 januari 2023 heeft de rechtbank de beroepen (NL22.23417 en NL22.23639) waarop beide verzoeken om voorlopige voorziening betrekking hebben, ongegrond verklaard. Om die reden worden de verzoeken afgewezen.
[afbeelding niet beschikbaar]1. Algemene wet bestuursrecht.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op: