Vreemdelingenrecht
Bewaring; geen beroepsgronden aangevoerd; ongegrond
Rechtbank Den Haag, 30 januari 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:1182 · Rechtbank Den Haag · 30 januari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2024-1182
Zaakgegevens
Op 30 januari 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 30 januari 2024
- Datum publicatie
- 5 februari 2024
- Zaaknummer
- NL24.1394
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1182
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bewaring; geen beroepsgronden aangevoerd; ongegrond
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.1394
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2024 in de zaak tussen
[eiser] , v-nummer [nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. B.A. Zevenbergen),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
(gemachtigde: mr. R.L.F. Zandbelt).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 14 januari 2024, waarin de staatssecretaris aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) heeft opgelegd. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om het toekennen van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 23 januari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser (via een beeldverbinding), de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris.
Beoordeling door de rechtbank
2. Het beroep is ongegrond. De maatregel van bewaring is rechtmatig. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. Eiser heeft als enige beroepsgrond aangevoerd dat de staatssecretaris ten onrechte aan hem heeft tegengeworpen dat hij eerder een besluit heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en dat hij daaraan niet uit eigen beweging gevolg heeft gegeven. In de maatregel wordt verwezen naar een afwijzende asielbeschikking van 1 oktober 2021, maar eiser stelt niet bekend te zijn met dit besluit en dit besluit ook niet in het digitaal procesdossier te kunnen vinden. Omdat de staatssecretaris het besluit op 22 januari 2024 (alsnog) aan het digitaal dossier heeft toegevoegd, heeft eiser deze beroepsgrond op de zitting laten vallen. Er zijn daarom geen beroepsgronden (meer) die de rechtbank moet bespreken.
4. Voor het overige ziet de rechtbank in de door de staatssecretaris en eiser verstrekte gegevens geen reden voor het oordeel dat niet aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel is voldaan.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de maatregel van bewaring in stand blijft. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De staatssecretaris hoeft de proceskosten van eiser niet te vergoeden.
Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart het beroep ongegrond;
-
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Bruinse-Pot, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J.B. ter Beke, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.