Vreemdelingenrecht

bewaring, vervolgberoep, niet-ontvankelijk

Rechtbank Den Haag, 11 september 2024

Zaakgegevens

Op 11 september 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
11 september 2024
Datum publicatie
12 september 2024
Zaaknummer
NL24.33512
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:14480
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

bewaring, vervolgberoep, niet-ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.33512


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. G.S.S. de Kok),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Verweerder heeft op 26 juli 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vw opgelegd.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft op 26 augustus 2024 de maatregel van bewaring opgeheven.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.

Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 3 september 2024 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Marokkaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum] 1990.

2. Ten tijde van het beroep van 26 augustus 2024 was nog geen uitspraak gedaan op het eerste beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring. Eiser heeft het door hem ingestelde eerste beroep op 28 augustus 2024 immers ingetrokken. Nu artikel 96, eerste lid, van de Vw 2000 bepaalt dat alleen een vervolgberoep kan worden ingediend als een eerste beroep tegen de oplegging van de maatregel van bewaring ongegrond is verklaard, zal het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Daarom kan geen schadevergoeding worden toegekend.

3. Het beroep is niet-ontvankelijk. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 11 september 2024 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Vreemdelingenwet 2000.