Vreemdelingenrecht
Dublin, Duitsland, art. 17 Dvo, beroep ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 16 augustus 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:14645 · Rechtbank Den Haag · 16 augustus 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2024-14645
Zaakgegevens
Op 16 augustus 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 16 augustus 2024
- Datum publicatie
- 16 september 2024
- Zaaknummer
- 24-29661
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:14645
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin, Duitsland, art. 17 Dvo, beroep ongegrond.
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.29661
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. H.A. Jeuring),
en
de Minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister
(gemachtigde: mr. K. Kanters).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 24 juli 2024 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep op 13 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, M. Koyuncu als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere
lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.1 In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek aanvaard.
5. Ter zitting heeft eiser laten vallen dat hij geen asielverzoek heeft ingediend in Duitsland, net als zijn beroep op artikel 16 van de Dublinverordening. Hieraan zal de rechtbank geen overwegingen meer wijden.
Artikel 17 van de Dublinverordening
6. Eiser voert aan dat sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat overdracht aan Duitsland onevenredig hard is. Het is voor eiser erg moeilijk om zich staande te houden in Duitsland zonder de bijstand van zijn broer en oom. Verder was Nederland de eindbestemming voor eiser en niet Duitsland.
7. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat overdracht aan Duitsland onevenredig hard is, ook als ervan uit wordt gegaan dat de familieband er daadwerkelijk is tussen hem en zijn broer. Hoewel het begrijpelijk is dat eiser graag in de buurt van zijn broer en oom in Nederland wil verblijven, is dit op zichzelf onvoldoende om een bijzondere omstandigheid aan te nemen. De broer is al circa 10 jaar in Nederland en niet gebleken is van een tussentijdse bijzondere sterke band met eiser, die inmiddels ook al 23 jaar oud is. Bovendien is de Dublinverordening niet bedoeld als een route voor gezinshereniging/- vorming op reguliere gronden (zoals op grond van artikel 8 EVRM). Verder is de intentie van eiser om in Nederland zijn asielaanvraag in te dienen niet bepalend voor het vaststellen van het land dat op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is om de asielaanvraag van eiser te behandelen. De minister hoefde in de aangevoerde omstandigheden dus geen aanleiding te zien om de asielaanvraag op grond van artikel 17 van de Dublinverordening in behandeling te nemen.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de aanvraag van eiser terecht buiten behandeling is gesteld en dat eiser mag worden overgedragen aan Duitsland. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
1 Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
16 augustus 2024
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.