Vreemdelingenrecht

Dublin Duitsland – geen contact wegens strafrechtelijke detentie – vrees voor indirect refoulement – beroep…

Rechtbank Den Haag, 7 februari 2024

Zaakgegevens

Op 7 februari 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
7 februari 2024
Datum publicatie
13 februari 2024
Zaaknummer
NL23.39387
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:1573
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin Duitsland – geen contact wegens strafrechtelijke detentie – vrees voor indirect refoulement – beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.39387


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. H.A.C. Klein Hesselink),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.


Procesverloop

Bij besluit van 15 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag

van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is

voor de behandeling daarvan.


Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de

voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak

zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.39386, heeft de rechtbank uitspraak

gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde

publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Algemene wet bestuursrecht.