Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 9 februari 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:1760 · Rechtbank Den Haag · 9 februari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2024-1760
Zaakgegevens
Op 9 februari 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 9 februari 2024
- Datum publicatie
- 15 februari 2024
- Zaaknummer
- NL23.36108
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1760
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
plakvovo
Uitspraak
uitspraak buiten zitting
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.36108
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[Naam], verzoeker
V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. S.H.M. Maas).
Procesverloop
Bij besluit van 9 november 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag
van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is
voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de
voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet
bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van 1 februari 2024, zaaknummer NL23.6107, heeft de rechtbank het
beroep waarop deze voorlopige voorziening betrekking heeft ongegrond verklaard. Om die
reden zal het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond worden
afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Schouw, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. S. Constant, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie
op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op: