Vreemdelingenrecht
Vovo, derdelander Oekraïne, ordemaatregel, vovo toegewezen.
Rechtbank Den Haag, 7 maart 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:3315 · Rechtbank Den Haag · 7 maart 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2024-3315
Zaakgegevens
Op 7 maart 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 7 maart 2024
- Datum publicatie
- 13 maart 2024
- Zaaknummer
- NL24.8709
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:3315
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vovo, derdelander Oekraïne, ordemaatregel, vovo toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.8709
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. Y.E. Verkouter),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
In het besluit van 18 augustus 2023 heeft verweerder de tijdelijke bescherming van verzoeker beëindigd per 4 september 2023.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 18 augustus 2023. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
In de uitspraak in deze zaak van 1 september 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:13546) heeft de voorzieningenrechter het besluit van 18 augustus 2023 geschorst totdat uitspraak is gedaan op het beroep.
Op 7 februari 2024 heeft verweerder het besluit van 18 augustus 2023 ingetrokken. Verzoeker heeft meegedeeld nog steeds belang te hebben bij vernietiging daarvan. Bij brief van 7 februari 2024 heeft verweerder aangekondigd dat verzoekers tijdelijke bescherming na 4 maart 2024 zal eindigen.
Verzoeker heeft in zijn aanvullende beroepsgronden van 4 maart 2024 in de zaak met nummer NL23.25094 opnieuw verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening, die inhoudt dat hij tijdens de verdere behandeling van het beroep aanspraak kan blijven maken op de rechten die verbonden zijn aan de status van tijdelijk beschermde.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:87, eerste lid, gelezen samen met artikel 8:83, vierde lid, van de Awb uitspraak buiten zitting op het nieuwe verzoek om een voorlopige voorziening.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. Op grond van artikel 8:87, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening wijzigen.
2. In de voornoemde uitspraak van 1 september 2023 heeft de voorzieningenrechter het besluit van 18 augustus 2023 geschorst. In dat besluit was sprake van beëindiging van verzoekers tijdelijke bescherming na 4 september 2023. Verweerder heeft echter nadien in de brief van 7 februari 2024 meegedeeld dat verzoekers tijdelijke bescherming na 4 maart 2024 zal eindigen. Nu verzoeker gelet op deze brief na 4 maart 2024 geen aanspraak meer kan maken op de rechten die verbonden zijn aan de status van tijdelijk beschermde, is er onverwijlde spoed aanwezig om de eerder getroffen voorlopige voorziening aan te vullen. Indien en voor zover deze brief geen besluit zou zijn, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker analoog aan het bepaalde in artikel 6:10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb redelijkerwijs kon menen dat dit wel reeds het geval was.
3. Het beroep kan niet worden afgehandeld voordat verzoekers tijdelijke bescherming eindigt, mede gelet op het aantal beroepsgronden en de aard daarvan. Verzoekers belang om de voorzieningen die horen bij de status van tijdelijk beschermde te behouden zolang het beroep loopt, weegt naar het oordeel van de voorzieningenrechter zwaarder dan verweerders belang om die voorzieningen op 4 maart 2024 meteen te beëindigen. De hiervoor genoemde uitspraak van 1 september 2023 is daartoe niet voldoende, omdat daarin slechts het besluit van 3 juli 2023 is geschorst. Het nieuwe verzoek om een voorlopige voorziening is gegrond.
4. In de toewijzing van het nieuwe verzoek bestaat aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 875 bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
? vult de op 1 september 2023 getroffen voorlopige voorziening aan;
? bepaalt dat verzoeker de rechten die verbonden zijn aan de status van tijdelijk beschermde blijft behouden tot vier weken nadat definitief op het beroep (NL23.25094) is beslist;
? veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875 (achthonderdvijfenzeventig euro).
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.