Vreemdelingenrecht

Vervolgberoep bewaring – bewaring is opgeheven – geen gronden ingediend – beroep ongegrond

Rechtbank Den Haag, 21 maart 2024

Zaakgegevens

Op 21 maart 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
21 maart 2024
Datum publicatie
27 maart 2024
Zaaknummer
NL24.10655
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:4255
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vervolgberoep bewaring – bewaring is opgeheven – geen gronden ingediend – beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.10655


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. P. Celikkal),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 27 december 2023 aan eiseres de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd.

Verweerder heeft op 7 maart 2024 de maatregel van bewaring opgeheven.

Verweerder heeft de rechtbank op 12 maart 2024 in kennis gesteld van het voortduren van de maatregel van bewaring. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiseres ingesteld beroep.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiseres heeft hierop niet gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 18 maart 2024.

Overwegingen

1. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1979 en de Britse nationaliteit te hebben.

2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiseres schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiseres een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 5 januari 2024 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 4 januari 2024, rechtmatig was. Daarom staat nu ter beoordeling of sinds 4 januari 2024 het voortduren van de maatregel van bewaring tot aan de opheffing daarvan rechtmatig is.

4. De rechtbank stelt vast dat eiseres geen beroepsgronden heeft ingediend.

5. Nu er geen beroepsgronden zijn ingediend, is de toetsing door de rechtbank beperkt tot een ambtshalve toetsing van de rechtmatigheidsvoorwaarden van de maatregel van bewaring zoals voortvloeit uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022. Met inachtneming van deze ambtshalve toetsing ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de voortduring van de maatregel van bewaring sinds 4 januari 2024 tot het moment van sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.

6. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Vreemdelingenwet 2000. NL23.40610. ECLI:EU:C:2022:858.