Vreemdelingenrecht
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, wel pkv (ZIE OOK: ECLI:NL:RBDHA:2024:4913)
Rechtbank Den Haag, 13 februari 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:4914 · Rechtbank Den Haag · 13 februari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2024-4914
Zaakgegevens
Op 13 februari 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 13 februari 2024
- Datum publicatie
- 8 april 2024
- Zaaknummer
- AWB 23/6099
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:4914
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, wel pkv (ZIE OOK: ECLI:NL:RBDHA:2024:4913)
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/6099
uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 februari 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. H.K. Jap A Joe),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. M. Zuithoff).
Procesverloop
In het besluit van 11 mei 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van verzoeker ingetrokken.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak AWB 23/6098, op
24 januari 2024 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 23/6098, heeft de rechtbank geoordeeld op het beroep van verzoeker. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van een verzoekschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1). De voorzieningenrechter wijst er op dat in de uitspraak op het beroep 1 punt is toegekend voor het verschijnen ter zitting.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Hak, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2024.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: