Vreemdelingenrecht

Voorlopige voorziening. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zal, naar het zich nu laat aanzien het…

Rechtbank Den Haag, 8 april 2024

Zaakgegevens

Op 8 april 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
8 april 2024
Datum publicatie
12 april 2024
Zaaknummer
NL24.12384
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:5200
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorlopige voorziening. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zal, naar het zich nu laat aanzien het beroep van verzoeker niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat dit niet verschoonbaar te laat is ingediend. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.12384


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen


[Naam], verzoeker

V-nummer: [Nummer]

(gemachtigde: mr. R. Deniz),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Inleiding

1. De staatssecretaris heeft op 7 februari 2024 een terugkeerbesluit tegen verzoeker uitgevaardigd. Verzoeker heeft hiertegen op 20 maart 2024 beroep ingesteld. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

2. Dat verzoek staat hier nu ter beoordeling.

3. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. Als tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen. Zijn beslissing bevat alleen een voorlopig oordeel over de zaak en de bestuursrechter in het beroep is niet aan dat oordeel gebonden.

5. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zal, naar het zich nu laat aanzien het beroep van verzoeker (NL24.12382) niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat dit niet verschoonbaar te laat is ingediend. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

6. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te betalen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.