Vreemdelingenrecht

Dublin, Frankrijk, plakvovo (ZIE OOK: ECLI:NL:RBDHA:2024:6648)

Rechtbank Den Haag, 15 maart 2024

Zaakgegevens

Op 15 maart 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
15 maart 2024
Datum publicatie
2 mei 2024
Zaaknummer
NL24.6033
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:6645
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin, Frankrijk, plakvovo (ZIE OOK: ECLI:NL:RBDHA:2024:6648)

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.6033

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. L.J. Blijdorp), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M. de Jong).

Procesverloop

Bij besluit van 15 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.6032, op 12 maart 2024 op zitting behandeld. De gemachtigde van verweerder is verschenen. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Tijdens de zitting heeft de rechtbank telefonisch contact gehad met de gemachtigde van verzoeker. De gemachtigde van verzoeker heeft toen toegelicht dat zij geen contact meer met verzoeker had en op dat moment niet wist waar hij verbleef.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Overwegingen

De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

In de beroepszaak, zaaknummer NL24.6032, heeft de rechtbank vastgesteld dat eiser geen

procesbelang meer heeft. Dit geldt ook voor het verzoek om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om die reden niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2024 door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

15 maart 2024

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.