Vreemdelingenrecht
Dublin voorlopige voorziening toegewezen.
Rechtbank Den Haag, 19 april 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:6685 · Rechtbank Den Haag · 19 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2024-6685
Zaakgegevens
Op 19 april 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 april 2024
- Datum publicatie
- 2 mei 2024
- Zaaknummer
- NL24.13573
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:6685
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin voorlopige voorziening toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.13573
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. H.L.M. Janssen),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Franca).
Procesverloop
Bij besluit van 27 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Bij uitspraak van 7 februari 2024 heeft de rechtbank dat beroep kennelijk ongegrond verklaard met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Verzoeker heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld en verzocht te worden gehoord. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De behandeling van het verzet (met zaaknummer NL23.40312 V) en het verzoek om een voorlopige voorziening stonden op 11 april 2024 op zitting gepland. Op 10 april 2024 heeft eisers gemachtigde een verzoek om aanhouding ingediend omdat er geen tolk beschikbaar was voor de zitting. De rechtbank heeft dit verzoek om aanhouding toegewezen. De rechtbank heeft partijen medegedeeld dat zij voornemens is om buiten zitting uitspraak te doen op het verzoek om een voorlopige voorziening. Beide partijen zijn hiermee akkoord gegaan.
Overwegingen
1. Bij brief van 11 april 2024 heeft verweerder aangegeven zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening.
2. Het verzoek wordt daarom toegewezen.
3. Er bestaat aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten van deze procedure. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit Proceskosten bestuursrecht voor de door de derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 875,- en wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Frankrijk totdat is beslist op het verzet;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Bakker, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.