Vreemdelingenrecht
Dublin Italië, verzoek afgewezen, pro forma bezwaar en vovo om eiser op te nemen in de nationale procedure…
Rechtbank Den Haag, 1 maart 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:7777 · Rechtbank Den Haag · 1 maart 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2024-7777
Zaakgegevens
Op 1 maart 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 1 maart 2024
- Datum publicatie
- 23 mei 2024
- Zaaknummer
- NL23.21962
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:7777
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin Italië, verzoek afgewezen, pro forma bezwaar en vovo om eiser op te nemen in de nationale procedure. Inmiddels opgenomen door verstrijken overdrachtstermijn. Geen spoedeisend belang.
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.21962
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. E.C. Kaptein),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van de aanvraag van verzoeker om hem op te nemen in de nationale procedure.
Op 30 juni 2023 heeft verzoeker verzocht om verzoeker op te nemen in de nationale procedure. De staatssecretaris heeft dit verzoek afgewezen, omdat de overdrachtstermijn als bedoeld in de Dublinverordening nog loopt. De staatsecretaris stelt zich op het standpunt dat hij deze mag afwachten.
Verzoeker heeft hiertegen pro forma bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening, die ertoe sterkt om hem op te nemen in de nationale procedure.
De voorzieningenrechter doet met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak buiten zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. Inmiddels is verzoeker in de nationale procedure opgenomen, omdat de overdrachtstermijn als bedoeld in de Dublinverordening is verstreken. Dit is telefonisch bevestigd door de gemachtigde van verzoeker. De conclusie is dat er geen spoedeisend belang is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
|
zaaknummer: NL23.21962 |
2 |
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
01 maart 2024
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: