Vreemdelingenrecht

bewaring; vervolgberoep; ongegrond; geen inhoudelijke gronden; slecht in strijd met het recht; ambtshalve toetsing

Rechtbank Den Haag, 3 mei 2024

Zaakgegevens

Op 3 mei 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
3 mei 2024
Datum publicatie
13 juni 2024
Zaaknummer
NL24.17322
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:9171
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

bewaring; vervolgberoep; ongegrond; geen inhoudelijke gronden; slecht in strijd met het recht; ambtshalve toetsing

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.17322

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. E. Stap),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: S.H.F. Pols).

Procesverloop

De staatssecretaris heeft op 23 februari 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

De staatssecretaris heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

Vervolgens heeft de staatssecretaris een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1979] .

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 5 april 2024 (in de zaak NL24.12537) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.

4. Eiser voert aan dat de voortduring van de maatregel is in strijd met het recht. Eiser wenst zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank.

5. De rechtbank overweegt als volgt. In het inleidend beroepschrift heeft eiser slechts gesteld dat de voortduring van de maatregel in strijd is met het recht. Eiser heeft dit echter niet gemotiveerd. Voor zover de rechtbank de rechtmatigheid van de maatregel ambtshalve moet toetsen, is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de stukken in het dossier, de toepassing noch de tenuitvoerlegging daarvan in strijd is met de wet. De rechtbank ziet in wat eiser heeft aangevoerd dan ook geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring nu onrechtmatig voortduurt. De beroepsgrond slaagt niet.

6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep ongegrond;

  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van

N. Dayerizadeh, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

03 mei 2024

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.