Vreemdelingenrecht
beroep niet-ontvankelijk - geen gronden
Rechtbank Den Haag, 17 juni 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:9525 · Rechtbank Den Haag · 17 juni 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2024-9525
Zaakgegevens
Op 17 juni 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 17 juni 2024
- Datum publicatie
- 19 juni 2024
- Zaaknummer
- AWB 23.14414
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:9525
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
beroep niet-ontvankelijk - geen gronden
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 23/14414
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Roozdar)
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft op 7 februari 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier
voor bepaalde tijd met als doel arbeid als zelfstandige.
Bij besluit van 2 mei 2022 is de aanvraag afgewezen. Bij besluit van 27
november 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar hiertegen
ongegrond verklaard. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Awb kan het beroep, indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het beroep, niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
2. De rechtbank stelt vast dat de beroepsgronden te laat zijn ingediend. Bij herstelverzuimbrief van 13 december 2023 heeft eiser een termijn gekregen van vier weken waarbinnen de gronden alsnog konden worden ingediend. Eiser had dus uiterlijk op 10 januari 2024 de gronden moeten indienen. Eiser heeft op 11 januari 2024 de gronden ingediend.
3. Gelet op het voorgaande is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van A.A.M. Mangroe, griffier, op 13 juni 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.