Vreemdelingenrecht

BNT, asiel, inwilliging, beroep niet ingetrokken, beroep niet-ontvankelijk, verzoek pkv, verzoek toegewezen.

Rechtbank Den Haag, 30 oktober 2025

Zaakgegevens

Op 30 oktober 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
30 oktober 2025
Datum publicatie
31 oktober 2025
Zaaknummer
NL24.2678
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:20055
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

BNT, asiel, inwilliging, beroep niet ingetrokken, beroep niet-ontvankelijk, verzoek pkv, verzoek toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL24.2678


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers)

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 24 januari 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 22 september 2022.

Bij besluit van 19 april 2024 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd.

Eiser heeft het beroep niet ingetrokken en heeft verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van eiser heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van eiser tegemoetgekomen. Eiser heeft om die reden geen procesbelang meer bij een verdere inhoudelijke beoordeling van het beroep door de rechtbank. Het beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.

2. Het verzoek om een proceskostenvergoeding zal worden toegewezen nu verweerder is tegemoetgekomen aan het door eiser ingediende beroep. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten, die op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand worden vastgesteld op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van
    € 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).

Deze uitspraak is gedaan op 30 oktober 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Algemene wet bestuursrecht. Besluit proceskosten bestuursrecht.