Vreemdelingenrecht
BNT, asiel, opvolgend beroep, prematuur beroep ingediend, niet-ontvankelijk
Rechtbank Den Haag, 18 december 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:24733 · Rechtbank Den Haag · 18 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-24733
Zaakgegevens
Op 18 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 18 december 2025
- Datum publicatie
- 22 december 2025
- Zaaknummer
- NL25.23178
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:24733
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
BNT, asiel, opvolgend beroep, prematuur beroep ingediend, niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.23178
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. N. Wouters),
en
de minister van Asiel en Migratie, , voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft op 1 november 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 22 januari 2024.
Bij uitspraak van 13 mei 2025 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, het beroep van 1 november 2024 gegrond verklaard en daarbij verweerder opgedragen om binnen een termijn van zestien weken een besluit op de aanvraag te nemen.
Op 21 mei 2025 heeft eiser opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.
Overwegingen
1. In de uitspraak van 21 mei 2025 van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, heeft de rechtbank aan verweerder een beslistermijn van zestien weken gegeven, waarbinnen zij het besluit bekend had moeten maken. Verweerder heeft hieraan niet voldaan. Echter, op het moment van het indienen van het beroep van 21 mei 2025 was de door de rechtbank opgelegde termijn van zestien weken nog niet verstreken. De beslistermijn is namelijk op 3 september 2025 verstreken. Dit betekent dat het beroep prematuur is ingediend en het beroep niet-ontvankelijk is.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 18 december 2025 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.