Vreemdelingenrecht

asiel. beroep ongegrond. iraakse nationaliteit. problemen vanwege afvalligheid ongeloofwaardig…

Rechtbank Den Haag, 24 december 2025

Zaakgegevens

Op 24 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
24 december 2025
Datum publicatie
21 juli 2026
Zaaknummer
NL25.52161 en NL25.52162
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:28042
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

asiel. beroep ongegrond. iraakse nationaliteit. problemen vanwege afvalligheid ongeloofwaardig. ongerijmdheden in overgelegde documenten. niet samenhangend en aannemelijk verklaard. in grote lijnen niet als geloofwaardig te beschouwen. kennelijk ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.52161 (beroep) en NL25.52162 (voorlopige voorziening)


uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen


[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. N. Birrou),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. R. Radema).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter zijn verzoek om een voorlopige voorziening.

1.1.

Eiser heeft op 8 oktober 2025 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 23 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

1.2.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 16 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

Het asielrelaas

2. Eiser heeft de Iraakse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1994. Hij legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij problemen heeft ervaren in Irak wegens zijn afvalligheid. In de avond van 30 juli 2025 heeft een incident plaatsgevonden waarbij eiser in de problemen is gekomen met milities en hij door hen met de dood is bedreigd. De familie van eiser is er naar aanleiding van het incident achter gekomen dat eiser niet langer in de islam geloofd en hierdoor is hij verstoten door zijn familie en is hij van zijn stam verstoten. Eiser is nog op dezelfde dag van het incident gevlucht naar [plaats] waar zijn neef woont. Hij is door zijn neef opgevangen en is in [plaats] gebleven totdat hij naar Europa is gereisd. Bij terugkeer vreest eiser gedood te worden.

Het bestreden besluit

3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:

  1. eisers identiteit, nationaliteit en herkomst; en

  2. eisers problemen vanwege zijn afvalligheid

3.1.

Verweerder vindt het eerste asielmotief geloofwaardig. Het tweede asielmotief vindt verweerder niet geloofwaardig. Eiser heeft geen objectieve documenten overgelegd om dit asielmotief te onderbouwen. Verweerder heeft daarom getoetst of eiser dit asielmotief anderszins aannemelijk heeft gemaakt, maar dit is niet het geval. Eiser heeft onvoldoende documenten overgelegd en daarvoor heeft hij geen goede verklaring, ook heeft eiser niet samenhangend en aannemelijk verklaard en wordt hij in grote lijnen niet als geloofwaardig beschouwd omdat hij zijn paspoort heeft verscheurd en weggegooid bij aankomst in Nederland. Het geloofwaardig geachte asielmotief is volgens verweerder onvoldoende om aan te nemen dat eiser een vluchteling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of dat hij bij terugkeer naar Irak een reëel risico loopt op ernstige schade. Eiser komt vanwege het voorgaande niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond omdat eiser zijn paspoort heeft vernietigd en hierdoor heeft eiser verweerder de mogelijkheid ontnomen om zijn reisroute, reisbewegingen en eventuele andere nationaliteit(en) te onderzoeken.

Wat vindt eiser in beroep?

4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert het volgende aan. Eiser heeft in de beroepsfase meerdere stukken overgelegd die door zijn familie vanuit Irak aan zijn advocaat zijn opgestuurd die zijn asielrelaas onderbouwen. Eiser voert verder aan dat hem ten onrechte wordt tegengeworpen dat het ongerijmd is dat hij “ervoor heeft gekozen” om open en eerlijk tegen de milities te zijn over zijn afvalligheid. Eiser voelde toenemende stress en het feit dat hij zijn afvalligheid al jarenlang verborgen hield, werd hem op dat moment teveel. De verwijzing van verweerder naar het feit dat eiser hoog is opgeleid is misplaatst nu dit niet af doet aan zijn emoties en stress. Tevens wordt het eiser te zwaar aangerekend da hij zijn paspoort heeft verscheurd. Eiser heeft hier openlijk over verklaard en eiser heeft een kopie van zijn paspoort en van zijn Turkse verblijfsdocument overgelegd. Verder heeft hij uitgelegd wat zijn reisroute was. Tevens vreest eiser voor vervolging nu bekend is geworden dat hij geen geloofsbeleving meer heeft terwijl hij als moslim is opgegroeid. Verweerder heeft hierbij ten onrechte de overgelegde landeninformatie niet meegewogen. Eiser verwijst in dit verband in beroep nog naar een brief van VluchtelingenWerk Nederland. De aanvraag is ten onrechte kennelijk ongegrond verklaard en verweerder heeft daarom geen wettelijke grondslag voor het uitvaardigen van een inreisverbod en het voortzetten van de grensdetentie van eiser.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

5. De rechtbank beoordeelt of verweerder eisers asielaanvraag kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van beroepsgronden van eiser. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.

Geloofwaardigheidsbeoordeling

6. Naar het oordeel van de rechtbank mocht verweerder de problemen van eiser wegens zijn afvalligheid ongeloofwaardig vinden. Verweerder mocht aan eiser tegenwerpen dat hij onvoldoende documenten heeft overgelegd om zijn asielmotief te onderbouwen en dat hij daar geen goede verklaring voor heeft. Eiser heeft in de beroepsfase meerdere stukken overgelegd die door zijn familie vanuit Irak aan zijn advocaat zijn opgestuurd. Hierbij gaat het om een strafverklaring aan eiser wegens zijn afvalligheid, een verklaring van de familie dat zij afstand nemen van eiser en om een foto van een gestelde veroordeling in Irak. De rechtbank overweegt dat verweerder mocht stellen dat er geen aanleiding is om deze documenten nader te onderzoeken. Ten eerste mocht verweerder betrekken dat de documenten niet afkomstig zijn van objectieve en verifieerbare, openbare bronnen. Voor zover er enkel sprake is van overgelegde kopieën en deze niet door Bureau Documenten op authenticiteit kunnen worden onderzocht, mocht verweerder al stellen dat aan de documenten niet de waarde kan worden gehecht die eiser wenst te zien. Tevens heeft verweerder eiser ook mogen verwijten dat de documenten pas in de beroepsfase zijn overgelegd, gelet op het feit dat eiser al tijdens het aanmeldgehoor op 11 oktober 2025 is gewezen op het belang van documenten.

7. Gelet op de inhoud van de documenten mocht verweerder eiser tegenwerpen dat er verschillende ongerijmdheden zijn. Zo mocht verweerder betrekken dat op de strafverklaring een briefhoofd staat van een organisatie die vindbaar is op internet en gebruikt werd in 2016, inmiddels heeft de organisatie een ander briefhoofd. Evenals dat de naam van de generaal-secretaris van de organisatie ook niet overeen komt met de naam die op website van de organisatie staat als zijnde de generaal-secretaris. Verder mocht verweerder betrekken dat de verklaringen van eiser ook niet overeen komen met de documenten die hij heeft overgelegd. Zo staat in de overgelegde strafverklaring dat eiser op 8 augustus 2025 de islamitische religie heeft verlaten en vijand van de islam is geworden, terwijl uitgaande van de verklaringen van eiser het incident op 30 juli 2025 heeft plaatsgevonden en zijn verklaringen suggereren dat hij vanaf deze dag openlijk afstand heeft genomen van de islam. Ook staat in de afstandsverklaring van de familie dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan polytheïsme terwijl eiser daar zelf niets over heeft verklaard.

8. Eiser heeft geen gronden ingebracht tegen de bovengenoemde tegenwerpingen van verweerder. De rechtbank volgt verweerder daarom in zijn standpunten.

9. Tevens heeft eiser een foto van een gestelde veroordeling in Irak overgelegd. Verweerder heeft hierover ter zitting terecht gesteld dat deze veroordeling niet betrokken kan worden bij de beoordeling van het relaas van eiser nu het document niet is vertaald, zodat het bij de enkele stelling, dat er een document is waaruit blijkt dat eiser is veroordeeld, is gebleven. Daarnaast gaat het hier om een kopie van het document, zodat het document niet kan worden onderzocht. De enkele stelling van eiser dat hij is veroordeeld wegen blasfemie verandert het oordeel van de rechtbank daarom niet. Dat het originele document onderweg is maakt het oordeel van de rechtbank daarom ook niet anders.

10. Ook mocht verweerder aan eiser tegenwerpen dat hij niet samenhangend en aannemelijk heeft verklaard over het tweede asielmotief. Zo mocht verweerder betrekken dat eiser ongerijmd heeft verklaard over het uiten van zijn afwending van de islam. Eiser heeft verklaard dat tijdens zijn werkzaamheden als kapper er drie gewapende militieleden bij hem langs kwamen. Tijdens de knipbeurt ontstond het gesprek over religie en in dit gesprek heeft eiser aangegeven dat hij niet in de islam geloofd. Verweerder mocht vinden dat de verklaringen van eiser over deze gebeurtenis niet aannemelijk zijn. Zo voert eiser aan dat hij voor het incident al vier jaar niet gelovig was maar dat hij dit bewust voor iedereen had verzwegen, zelfs tegenover zijn familie, omdat het volgens eiser levensgevaarlijk was om openlijk afstand te nemen van het geloof. Voor eiser is het dus een bewuste keuze geweest om zich al die jaren niet te uiten over het feit dat hij niet meer in de islam gelooft. Verweerder mocht het daarom ongerijmd vinden dat eiser juist op het moment dat hij met drie gewapende militieleden is, ervoor heeft gekozen om zich openlijk uit te laten over zijn afvalligheid. Het betoog van eiser dat hij zich in toenemende mate gestrest voelde en dat juist omdat hij zijn afvalligheid al jaren verborgen had gehouden het hem op dat moment teveel werd, wordt niet gevolgd door de rechtbank. Eiser heeft verklaard bewust te zijn van de gevaren. Hierbij mocht meegewogen worden dat eiser een hoogopgeleide man is en daarom mocht van hem verwacht worden dat hij een inschatting kan maken van het gevaar dat het met zich meebrengt om openlijk je afvalligheid te tonen aan militieleden.

11. Verder is de rechtbank van oordeel dat aan eiser tegengeworpen mocht worden dat hij in grote lijnen niet als geloofwaardig beschouwd kan worden nu hij zijn paspoort in het vliegtuig heeft verscheurd en vervolgens in de wc heeft gegooid. Eiser heeft de opdracht van de reisagent gekregen om zijn paspoort te vernietigen maar nu zijn reisagent niet aanwezig was tijdens de vlucht mocht verweerder stellen dat eiser uit eigen beweging zijn paspoort heeft vernietigd. Eiser heeft hierdoor verweerder gefrustreerd in het onderzoek naar zijn reisroute, reisbewegingen en de eventueel andere nationaliteit(en) van eiser. Het betoog van eiser dat hem dit niet kan worden verweten nu hij hier altijd openlijk over heeft verklaard en hij op de dag van zijn aankomst in Nederland een kopie van zijn paspoort en zijn Turkse verblijfsdocument heeft overgedragen wordt niet gevolgd. Uit de verklaringen van eiser blijkt niet dat hij zijn paspoort heeft vernietigd onder dwang en daarom kan dit eiser worden aangerekend. Dat eiser wel een echt bevonden ID-kaart heeft overhandigd verandert het oordeel niet nu dit niet opweegt tegen het feit dat eiser bewust zijn paspoort heeft vernietigd. Bovendien onderbouwt de ID-kaart enkel de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser en dit staat apart van het onderzoek naar reisroute, reisbewegingen en de eventueel andere nationaliteit(en) van eiser.

Zwaarwegendheid

12. Of eiser een vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag is of dat hij een reëel en voorzienbaar risico loopt bij terugkeer naar Irak dat in strijd is met artikel 3 EVRM wordt beoordeeld aan de hand van wat geloofwaardig is bevonden door verweerder. Eiser heeft verklaard dat hij bij terugkeer naar Irak vreest voor de Iraakse milities en zijn familie vanwege zijn afwending van de islam. Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, heeft eiser niet voldoende aannemelijk gemaakt dat hij problemen heeft ervaren wegens zijn afvalligheid. Uit de verklaringen van eiser blijkt dat hij zijn afvalligheid nooit actief heeft uitgedragen en dat eiser dat ook niet van plan is om in de toekomst te doen. Zo heeft eiser verklaard dat het voor hem niet belangrijk is om over religie te spreken en heeft hij aangevoerd dat hij zijn afvalligheid beschouwd als een privézaak die hij niet deelt met anderen die er geen interesse in hebben. Tevens heeft eiser jarenlang in Irak kunnen leven als niet-praktiserend persoon zonder dat dit voor problemen voor eiser heeft gezorgd. Eiser nam in die tijd niet deel aan gebeden en buiten enkele opmerkingen over zijn westerse kleding en zijn tatoeages heeft hij hier geen verdere problemen mee ervaren. Uit het Algemeen Ambtsbericht Irak 2023 volgt dat een niet-praktiserende levensstijl in beginsel wordt geduld en dat het niet-praktiseren van de islam geen veiligheidsrisico oplevert. Hierbij komt wel de kanttekening dat dit niet automatisch ook geldt voor personen die zich actief afkeren van de islam of zich profileren als afvalligen. Echter is daar gelet op de verklaringen van eiser bij eiser geen sprake van. Ook heeft eiser verklaard dat hij niet de behoefte heeft om anderen van zijn afvalligheid te overtuigen. Het betoog van eiser dat uit de landeninformatie van VluchtelingenWerk Nederland blijkt dat afvalligheid op zichzelf al een risico vormt in Irak wordt gelet op de bovengenoemde verklaringen van eiser niet gevolgd.

13. Verweerder mocht tot slot vinden dat de enkele omstandigheid dat eiser uit Irak komt onvoldoende is om eiser aan te merken als vluchteling of dat er bij terugkeer sprake zou zijn van een risico op ernstige schade. Bovendien is niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een andere individuele omstandigheden op grond waarvan verweerder had moeten vinden dat er sprake is van een vrees tot vervolging of een reëel risico op ernstige schade.

Kennelijk ongegrond

14. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser zijn identiteits- of reisdocument heeft vernietigd of weggemaakt. Gelet op wat in rechtsoverweging 11 is overwogen mocht aan eiser worden tegengeworpen dat hij te kwader trouw zijn paspoort heeft vernietigd. De rechtbank overweegt dat de aanvraag van eiser niet ten onrechte als kennelijk ongegrond is afgewezen nu verweerder de asielaanvraag mocht afwijzen op deze grond. Verweerder mocht daarom ook een inreisverbod uitvaardigen aan eiser op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw en ook mocht verweerder de grensdetentie van eiser voortzetten.

Conclusie en gevolgen

15. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank is daarom van oordeel het beroep ongegrond is. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft.

16. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

17. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Holleman (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.L. Maats, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw. Artikel 31, zesde lid, onder e, van de Vw. Het Verdrag van Genève van 1951 betreffende de status van vluchtelingen (Trb. 1954, 88) en het bijbehorende Protocol van New York van 1967 (Trb. 1967, 76). Zie ook artikel 29, eerste lid, onder b, van de Vw. Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw. Artikel 30b, eerste lid, onder d, van de Vw. Verslag van het nader gehoor, pagina 6. Verslag van het nader gehoor, pagina 6. Verslag van het nader gehoor, pagina 13. Verslag van het nader gehoor, pagina 13 en 14. Verslag van het nader gehoor, pagina 9 en 13. Algemeen Ambtsbericht Irak 2023, pagina 58. Verslag van het nader gehoor, pagina 12. Artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d van de Vw.