Vreemdelingenrecht

vervolgberoep; kennisgeving; artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw; ongegrond; verzoek…

Rechtbank Den Haag, 30 december 2025

Zaakgegevens

Op 30 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
30 december 2025
Datum publicatie
6 augustus 2026
Zaaknummer
NL25.62043
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:28074
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

vervolgberoep; kennisgeving; artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw; ongegrond; verzoek schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.62043

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser, (gemachtigde: mr. S. Akkas),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. W. Vrooman).

Procesverloop

De minister heeft op 18 december 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

De rechtbank heeft de rechtmatigheid van deze maatregel van bewaring al eerder getoetst. Uit de uitspraak van deze zittingsplaats van 18 december 2025 (in de zaak NL25.60600) volgt dat de bewaring tot het moment van sluiten van dat onderzoek op 16 december 2025 rechtmatig was.

De minister heeft de rechtbank op 18 december 2025 door middel van een kennisgeving van de voortduring van de maatregel in kennis gesteld en een voortgangsrapportage overgelegd.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep, alsmede een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

Eiser heeft op de kennisgeving een reactie gegeven. Vervolgens heeft de minister een verweerschrift ingediend

De minister heeft op 23 december 2025 de maatregel van bewaring opgeheven.

De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser stelt dat hij de Ghanese nationaliteit heeft en dat hij is geboren op [geboortedatum] 1988.

2. Eiser voert aan dat hij al ruim negen maanden in vreemdelingenbewaring zit. Er is nog steeds geen enkele indicatie dat er op korte termijn een laissez passer (hierna: lp) zal worden vertrekt door de Ghanese autoriteiten. Eiser heeft voorafgaande aan de maatregel van bewaring niet eerder in detentie verbleven. Eiser heeft het zeer zwaar in detentie en zijn lijden vanwege de vrijheidsbeneming neemt toe naarmate de detentie langer voortduurt. Naarmate de bewaring langer duurt, neemt het belang van eiser bij invrijheidstelling toe in zwaarte vergeleken bij het belang van de minister bij voortduring van de maatregel. Eiser is van mening dat na ruim negen maanden in bewaring het moment is aangebroken waarbij het belang van eiser bij invrijheidstelling zwaarder dient te wegen dan het belang van de minister. Gelet op het voorgaande wordt verzocht om de maatregel van bewaring op te heffen.

3. Vast staat dat eiser reeds op 10 december 2025 beroep heeft ingesteld tegen de oplegging van de maatregel van 9 april 2025 en dat dit beroep bij uitspraak van

18 december 2025 ongegrond is verklaard. Daarmee bestaat voor partijen geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep dat is ontstaan naar aanleiding van de door minister ingediende kennisgeving. Daarbij is niet in geschil dat voor het verzenden van

de kennisgeving geen aanleiding bestond. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.

4. Met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe zij gehouden is, is de rechtbank van oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet op enig moment onrechtmatig geworden.

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep ongegrond;

  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van A.F. Klomp, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

30 december 2025

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.