Vreemdelingenrecht
Asiel - Sierra Leone - besluit zorgvuldig tot stand gekomen - verweerder mocht problemen met het…
Rechtbank Den Haag, 18 september 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:28155 · Rechtbank Den Haag · 18 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-28155
Zaakgegevens
Op 18 september 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 18 september 2025
- Datum publicatie
- 22 september 2026
- Zaaknummer
- NL25.33065
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:28155
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Asiel - Sierra Leone - besluit zorgvuldig tot stand gekomen - verweerder mocht problemen met het Poro-genootschap ongeloofwaardig vinden - beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.33065
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. F. Ben-Saddek),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. A. Noordeloos).
Inleiding
1. Eiser heeft op 26 juni 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Sierra Leoonse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1994. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 17 juli 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 4 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, E.O. Tacky als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
2. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eisers broer is vermoord omdat hij zijn vader zou opvolgen als leider van het geheime Poro-genootschap. Eisers stiefmoeder wil dat haar zoon, eisers halfbroer, eisers vader opvolgt. Bij terugkeer vreest eiser ook gedood te worden omdat hij zijn vader zou moeten opvolgen nu eisers broer dood is. Verder is eiser ook toegetreden tot Jehovah’s Getuigen.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
-
identiteit, nationaliteit en herkomst;
-
problemen wegens opvolging Poro-genootschap;
-
toetreding tot Jehovah’s Getuigen.
Verweerder vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. Ook vindt verweerder geloofwaardig dat eiser is toegetreden tot Jehovah’s Getuigen. Verweerder vindt eisers problemen vanwege zijn opvolging als leider van het Poro-genootschap niet geloofwaardig. Eiser is geen vluchteling in de zin van Vluchtelingenverdrag en hij loopt geen reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 EVRM enkel vanwege zijn identiteit, nationaliteit, herkomst en zijn toetreding tot Jehovah’s Getuigen. Verweerder heeft eisers aanvraag daarom afgewezen als ongegrond.
Waarom is eiser het niet eens met het bestreden besluit?
4. Verweerder vindt eisers problemen vanwege de opvolging van zijn vader als leider van het Poro-genootschap ten onrechte niet geloofwaardig. Verweerder stelt ten onrechte dat eiser de opvolging zou kunnen weigeren en dat dit ook geaccepteerd zal worden omdat de familie van eisers stiefmoeder aan het hoofd van het Poro genootschap staat. De familie van eisers stiefmoeder staat enkel aan het hoofd van de inwijdingsrituelen en zij zijn niet in staat om de erfopvolging te wijzigen. Dat eiser de opvolging niet kan weigeren wordt ook bevestigd door openbare landeninformatie. Daarnaast stelt verweerder ten onrechte dat enkel op vermoedens is gebaseerd dat eisers broer vermoord zou zijn vanwege de opvolging. De dood van eisers broer werd weliswaar geweten aan duistere krachten maar dit gebeurde tijdens een initiëringsritueel dat geleid werd door de familie van eisers stiefmoeder. Nu de familie van eisers halfbroer een motief heeft, is voor eiser duidelijk dat zij achter de dood van zijn broer zitten. Verder is overweging 2.1.3. in het voornemen niet te volgen. Het bestreden besluit is daarom niet deugdelijk gemotiveerd. Ook is het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand gekomen. De vraag of het mogelijk is om de opvolging te weigeren heeft eiser algemeen opgevat terwijl de hoormedewerker hiermee lijkt te vragen naar eisers specifieke situatie. Ook blijkt uit het verslag van het nader gehoor dat eiser moeite had met het beantwoorden van de vragen en dat de hoormedewerker en eiser langs elkaar heen spraken. Dit blijkt met name uit pagina 15 van het gehoor, waaruit volgt dat eiser wordt bevraagd over de opvolging. Gelet op de omstandigheid dat dit de kern van eisers asielrelaas betreft en de hoorbeperkingen die volgen uit het MediFirst advies, had het op de weg van de hoormedewerker gelegen om te verifiëren of eiser de vragen goed heeft begrepen en of het goed gaat met eiser.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Zorgvuldigheid
5. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit zorgvuldig tot stand is gekomen. Uit het verslag van het nader gehoor blijkt dat verweerder in overeenstemming met het MediFirst advies meerdere pauzes heeft ingelast en eiser ook meermaals heeft gevraagd of het goed met hem gaat. De enkele omstandigheid dat de hoormedewerker dit niet telkens na de pauze heeft gevraagd maakt niet dat er sprake is van onzorgvuldigheid. Verder volgt uit het verslag van het nader gehoor wel degelijk dat de hoormedewerker rekening heeft gehouden met eisers referentiekader door ingewikkelde begrippen toe te lichten, verdere vragen te stellen ter verduidelijking en vragen nogmaals en op een andere wijze te stellen op de momenten dat uit eisers antwoord bleek dat hij de vraag niet goed had begrepen. De rechtbank overweegt dat het voorgaande ook juist volgt uit pagina 15 van het verslag van het nader gehoor. Dat eiser moeite had met het beantwoorden van de vragen maakt niet dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. De enkele omstandigheid dat eiser de vraag of het mogelijk is om een opvolging te weigeren heeft opgevat als een algemene vraag en niet heeft beantwoord in zijn specifieke geval, maakt ook niet dat er sprake is van onzorgvuldigheid. Het is aan eiser om zijn asielrelaas aannemelijk te maken en naar voren te brengen welke feiten en omstandigheden maken dat hetweliswaar in het algemeen mogelijk is om een opvolging te weigeren maar niet in zijn specifieke geval. Eiser heeft dit niet gedaan, ondanks dat hij wel de mogelijkheid daartoe heeft gehad in de zienswijze en in beroep.
Problemen vanwege opvolging Poro-genootschap
6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eisers problemen vanwege zijn gedwongen opvolging als leider van het Poro-genootschap ongeloofwaardig heeft kunnen vinden. Verweerder heeft kunnen tegenwerpen dat enkel op vermoedens berust dat eisers broer is vermoord omdat hij eisers vader zou opvolgen als leider. Eiser heeft verklaard dat de reden van de dood van eisers broer eigenlijk niet bekend is omdat dit in het geheim is gebeurd en toegeschreven zou zijn aan de duivel. Verweerder heeft niet hoeven volgen dat de familie van eisers stiefmoeder een motief heeft omdat zij eisers halfbroer als leider wilden en zij de mogelijkheid hadden om de moord uit te voeren. Daarbij is van belang dat eiser heeft verklaard dat een opvolging geweigerd zou kunnen worden. Verweerder heeft er daarom op kunnen wijzen dat eisers broer ook de mogelijkheid had om de opvolging te weigeren. Er waren daarom minder verstrekkende wijzen beschikbaar om eisers halfbroer als leider van het genootschap in te wijden en er bestond er dan ook geen noodzaak om eisers broer te vermoorden. Ook heeft eiser niet gewezen op andere aanwijzingen dat de familie van eisers stiefmoeder achter de dood van eisers broer zit.
Ook heeft verweerder ongerijmd kunnen vinden dat eiser gevaar zou lopen door te weigeren zijn vader op te volgen. Zoals hiervoor overwogen, heeft eiser verklaard dat hij de opvolging zou kunnen weigeren. Hoewel uit eisers verklaringen volgt dat de familie van eisers stiefmoeder aan het hoofd staat van de inwijdingsrituelen en niet aan het hoofd van het genootschap, heeft verweerder wel kunnen tegenwerpen dat uit eisers verklaringen volgt dat eisers stiefmoeder en haar familie een grote invloed hebben binnen het genootschap en dat zij eisers halfbroer steunen als leider. Niet valt in te zien dat zij eiser zouden willen vermoorden nu eiser de mogelijkheid heeft om te weigeren en eisers halfbroer ook de steun geniet van een belangrijke groep binnen het genootschap. Daarbij is ook van belang dat verweerder heeft gewezen op landeninformatie waaruit blijkt dat lokale leiders gekozen en gesteund moeten worden door het genootschap. Eisers verwijzing naar een artikel over de moord op een jongvolwassene die had geweigerd zijn vader op te volgen als leider van het Poro-genootschap, maakt het voorgaande niet anders. In dat geval werd de opvolging van de betrokkene namelijk wel gesteund door het genootschap. Hiervan is geen sprake in het geval van eiser. Hiermee heeft eiser dan ook niet onderbouwd dat indien hij de opvolging zou weigeren dit niet geaccepteerd zou worden door het genootschap.
Alleen al gelet op het voorgaande heeft verweerder eisers problemen vanwege de gedwongen opvolging als leider van het Poro-genootschap niet geloofwaardig kunnen vinden. Gelet hierop heeft verweerder kunnen concluderen dat eiser geen vrees heeft voor vervolging en geen reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder de aanvraag op goede gronden en deugdelijk gemotiveerd afgewezen als ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Holleman, rechter, in aanwezigheid van mr. J.J. Yilmaz, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.