Vreemdelingenrecht
Verzet - BNT - asiel - WBV 2022/22 - Ingebrekestelling prematuur – verzet ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 13 januari 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:341 · Rechtbank Den Haag · 13 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-341
Zaakgegevens
Op 13 januari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 13 januari 2025
- Datum publicatie
- 14 januari 2025
- Zaaknummer
- NL23.16110 V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:341
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet - BNT - asiel - WBV 2022/22 - Ingebrekestelling prematuur – verzet ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL23.16110 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[opposante] , opposante
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.J. Schüller).
Inleiding
Bij uitspraak van 5 augustus 2024 (de aangevallen uitspraak) heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:54 van de Awb beslist op het beroep van opposante tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag.
Opposante heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.
Opposante heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Awb.
Beoordeling door de rechtbank
1. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep van opposante niet-ontvankelijk verklaard. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend.
2. Artikel 8:54 van de Awb biedt de mogelijkheid tot vereenvoudigde afdoening als het eindoordeel in de zaak buiten redelijke twijfel staat. In verzet beoordeelt de rechtbank alleen of er redelijke twijfel mogelijk was over het oordeel in de aangevallen uitspraak. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank pas toe als het verzet gegrond is.
3. Opposante voert het volgende aan. In het beroep is verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, van 6 januari 2023. In die uitspraak is geoordeeld dat de verlenging van beslistermijnen in asielzaken via het WBV 2022/22 niet rechtsgeldig is. Zolang de Afdeling geen uitspraak heeft gedaan bestaat er divergentie binnen de rechtspraak en leent een zaak zich sowieso niet voor afdoening buiten zitting. Voorts beroept opposante zich op een aantal uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch.
4. De rechtbank ziet hierin geen aanleiding voor het oordeel dat niet tot een kennelijk oordeel kon worden gekomen. In verzet zijn immers geen argumenten naar voren gebracht die in het geval van een normale behandeling (ter zitting) hadden kunnen worden aangevoerd en waardoor twijfel zou zijn ontstaan over de uitkomst van het beroep. De omstandigheid dat door verschillende zittingsplaatsen van deze rechtbank divers wordt geoordeeld over de betekenis van WBV 2022/22 voor de beslistermijn van verweerder maakt niet dat in dit geval redelijke twijfel bestond over de uitkomst van het beroep. Zoals de rechtbank heeft overwogen in de aangevallen uitspraak heeft deze zittingsplaats al eerder in gelijke zin over WBV 2022/22 geoordeeld in drie uitspraken van 21 maart 2023 en in alle vergelijkbare zaken sindsdien. De door opposante aangehaalde jurisprudentie biedt daarom ook geen ondersteuning voor het standpunt dat de rechtbank in voorliggende zaak anders moet oordelen. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van opposante is dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. Over dat oordeel is geen redelijke twijfel mogelijk.
5. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de aangevallen uitspraak in stand blijft.
Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 13 januari 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.