Vreemdelingenrecht

Vervolgberoep; ongegrond.

Rechtbank Den Haag, 26 maart 2025

Zaakgegevens

Op 26 maart 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
26 maart 2025
Datum publicatie
27 maart 2025
Zaaknummer
NL25.12677
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:5113
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vervolgberoep; ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.12677


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 maart 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. T. Esen),

en

de minister van Asiel en Migratie,

Procesverloop

Bij besluit van 5 december 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

De minister heeft de rechtbank op 18 maart 2025 van het voortduren van de bewaring in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Hier heeft eiser op gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en daarom het vooronderzoek gesloten op 25 maart 2025.

Overwegingen

1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 13 januari 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom beoordeelt de rechtbank nu alleen of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek (op 7 januari 2025) rechtmatig is.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

3. Eiser heeft geen gronden aangevoerd tegen de rechtmatigheid van de bewaring. De rechtbank stelt vast dat eiser na bestudering van het dossier geen op- of aanmerkingen heeft en zich refereert aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank toetst het voortduren van de maatregel dan ambtshalve. De rechtbank ziet geen reden om het beroep gegrond te verklaren vanwege onrechtmatigheid van de bewaring.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J.H. Boerhof, rechter, in aanwezigheid van S. Voolstra, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Dat staat in artikel 96, derde lid, van de Vw 2000. Rb Gelderland (zp Arnhem), 13 januari 2025, NL25.52008 (niet gepubliceerd). Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2829.