Vreemdelingenrecht

Asiel, buiten behandeling gesteld, gronden van beroep te laat, niet verschoonbaar, beroep ongegrond.

Rechtbank Den Haag, 10 april 2025

Zaakgegevens

Op 10 april 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
10 april 2025
Datum publicatie
11 april 2025
Zaaknummer
NL25.11149
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:6032
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Asiel, buiten behandeling gesteld, gronden van beroep te laat, niet verschoonbaar, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.11149


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseresV-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. P.R. van de Water),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).

Procesverloop

Bij besluit van 3 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres in de algemene procedure buiten behandeling gesteld.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 10 april 2025 op zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde zijn niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of het beroep ontvankelijk is. Een beroep wordt alleen inhoudelijk behandeld als de gronden van beroep tijdig kenbaar zijn gemaakt. In dit geval heeft de gemachtigde van eiseres de gelegenheid gehad om het verzuim op dit punt te herstellen. Dit heeft hij niet gedaan binnen de termijn die daarvoor door de rechtbank is gesteld. De laatste dag voor het indienen van de beroepsgronden was 17 maart 2025. De beroepsgronden zijn in het digitale dossier ingediend op 18 maart 2025.

2. De gemachtigde heeft aangevoerd dat hij de datum verkeerd in zijn agenda heeft genoteerd. Dat maakt niet dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de fout is gemaakt door een professioneel rechtsbijstandverlener.

3. Het uitgangspunt is dat dit leidt dat tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De rechtbank moet echter wel beoordelen of niet-ontvankelijkheid van het beroep vanwege de nationale procedureregels voor eiseres onmiskenbaar zou leiden tot schending van artikel 3 van het EVRM. Dat volgt uit het arrest Bahaddar. De rechtbank is niet gebleken van dergelijke omstandigheden.

4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 april 2025 door mr. A.J. de Danschutter, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden. Zie het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van november 2023, ECLI:EU:C:2023:934.