Vreemdelingenrecht

mondelinge uitspraak – proces-verbaal – met onbekende bestemming vertrokken – niet-ontvankelijk - MOB

Rechtbank Den Haag, 17 april 2025

Zaakgegevens

Op 17 april 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
17 april 2025
Datum publicatie
24 april 2025
Zaaknummer
NL25.4265
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:6848
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

mondelinge uitspraak – proces-verbaal – met onbekende bestemming vertrokken – niet-ontvankelijk - MOB

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.4265


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. K.S. Kort),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.R. Vreijsen).

Procesverloop

Bij besluit van 22 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 17 april 2025 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep

2. Bij brief van 7 maart 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eiser op 18 februari 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. Ter onderbouwing hiervan heeft verweerder een schermafbeelding van zijn registratieprogramma overgelegd.

3. De gemachtigde van eiser heeft desgevraagd op 14 maart 2025 en op 7 april 2025 meegedeeld dat zij voor het laatst contact heeft gehad met eiser op 5 februari 2025 en dat het haar vervolgens niet meer is gelukt om eiser te bereiken. De gemachtigde van eiser heeft vervolgens bij bericht van 16 april 2025 aan de rechtbank meegedeeld dat zij opnieuw getracht heeft om contact te krijgen met eiser, maar dat zij daar niet is in geslaagd en dat zij niet ter zitting zal verschijnen.

4. Gelet op de toelichting van de gemachtigde van eiser neemt de rechtbank aan dat eiser geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming. Gelet hierop heeft eiser geen rechtens te beschermen procesbelang bij een beoordeling van het door hem ingestelde beroep.

5. Het beroep van eiser is daarom niet-ontvankelijk.

6. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 april 2025 door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.