Vreemdelingenrecht
Beroep – niet-ontvankelijk – geen procesbelang – geen proceskostenvergoeding.
Rechtbank Den Haag, 5 januari 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:120 · Rechtbank Den Haag · 5 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-120
Zaakgegevens
Op 5 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 5 januari 2026
- Datum publicatie
- 6 januari 2026
- Zaaknummer
- NL25.20795
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:120
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep – niet-ontvankelijk – geen procesbelang – geen proceskostenvergoeding.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.20795
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.S. Yap)
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. M.G. Meyboom-de Jong).
Procesverloop
Bij besluit van 24 april 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
De rechtbank heeft het onderzoek op 19 december 2025 gesloten.
Overwegingen
-
De rechtbank beantwoord allereerst ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Eiser heeft op 19 september 2023 asiel aangevraagd in Nederland. Bij brief van 21 september 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eiser op 10 september 2025 met onbekende bestemming is vertrokken.
-
Eisers gemachtigde heeft bij brieven van 22 september 2025 en 17 november 2025 verzocht om aanhouding van de zaak in verband met het politieonderzoek naar de aangifte van eisers vermissing door het COa. De rechtbank heeft de zaak aangehouden. De gemachtigde van eiser heeft daarbij gewezen op de omstandigheid dat eiser uit de opvang is vertrokken met achterlating van al zijn persoonlijke bezittingen, wat wellicht betekent dat eiser niet vrijwillig is vertrokken. Op 15 december 2025 heeft de gemachtigde van eiser meegedeeld dat hij geen contact meer met eiser heeft kunnen krijgen. Verdere informatie ontbreekt.
3. Naar het oordeel van de rechtbank is het voorgaande onvoldoende om te concluderen dat er redelijkerwijs van uit móet worden gegaan dat eiser onvrijwillig uit het zicht is verdwenen. Nu eiser geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde, neemt de rechtbank gelet op de vaste lijn in de rechtspraak aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
4. Het beroep is niet-ontvankelijk.
5. Eiser krijgt geen vergoeding van de door hem gemaakte proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 5 januari 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.