Vreemdelingenrecht
Dublin Slovenië. Visumvertegenwoordiging. De minister is in de besluitvorming ten onrechte niet ingegaan op…
Rechtbank Den Haag, 28 mei 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:13896 · Rechtbank Den Haag · 28 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-13896
Zaakgegevens
Op 28 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 28 mei 2026
- Datum publicatie
- 28 mei 2026
- Zaaknummer
- NL26.19878
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:13896
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin Slovenië. Visumvertegenwoordiging. De minister is in de besluitvorming ten onrechte niet ingegaan op hetgeen eiser over de verkrijging van zijn visum naar voren heeft gebracht namelijk dat dit visum namens Nederland is verstrekt door de Sloveense autoriteiten. Op het visum is vermeld R/NLD. Naar het oordeel van de rechtbank is artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening leidend en kan een claimakkoord dan wel EU-vis registratie niet afdoen aan een visum waarvan de echtheid niet in geschil is. De minister had moeten uitgaan van de geldigheid van het namens de Nederlandse autoriteiten verstrekte visum. Gelet op artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening is Nederland dus verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.19878
hersteluitspraak ter verbetering van de uitspraak van de enkelvoudige kamer in zaak NL26.19878
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. C.R. Stoute).
Overwegingen
De rechtbank heeft vastgesteld dat in de uitspraak van 22 mei 2026 ten onrechte als uitspraakdatum staat vermeld 17 april 2026. De rechtbank is van oordeel dat de vermelding van de datum 17 april 2026 in de op 22 mei 2026 uitgesproken en bekend gemaakte uitspraak moet worden aangemerkt als een kennelijke, voor partijen kenbare, fout die zich leent voor eenvoudig herstel.
Beslissing
De rechtbank bepaalt dat de in de op 22 mei 2026 bekend gemaakte uitspraak, de datum van 17 april 2026, vermeld bij de ondertekening van de uitspraak, wordt gewijzigd in 22 mei 2026.
Deze hersteluitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, rechter, in aanwezigheid van F.E. Siblesz, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.