Vreemdelingenrecht
Asiel. Het procesbelang bij de beoordeling van het beroep is vervallen, want eiser is overleden. Het beroep…
Rechtbank Den Haag, 2 maart 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:14497 · Rechtbank Den Haag · 2 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-14497
Zaakgegevens
Op 2 maart 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 2 maart 2026
- Datum publicatie
- 1 juni 2026
- Zaaknummer
- NL25.16020
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14497
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Asiel. Het procesbelang bij de beoordeling van het beroep is vervallen, want eiser is overleden. Het beroep is niet-ontvankelijk.
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.16020
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. S.N. Ali),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. E. Sweerts).
Inleiding
1. Bij besluit van 14 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde asielprocedure afgewezen als ongegrond.
2. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
3. Bij bericht van 19 december 2025 heeft de minister de rechtbank medegedeeld dat eiser is overleden.
4. Bij bericht van 28 januari 2026 heeft de gemachtigde van eiser de rechtbank medegedeeld dat zij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank.
5. De rechtbank heeft het beroep op 12 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. De gemachtigde van eiser is – met kennisgeving voorafgaand aan de zitting – niet verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
Ontvankelijkheid
6. Eiser is op [datum overlijden] 2025 overleden. De rechtbank ziet zich om die reden voor de vraag gesteld of er nog belang bestaat bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep (procesbelang).
7. Er is sprake van procesbelang als het doel dat eiser wil bereiken, ook daadwerkelijk met het beroep kan worden bereikt en het bereiken van dat resultaat voor hem feitelijk betekenis heeft.
8. Deze procedure gaat over de afwijzing van een asielaanvraag van eiser. Een asielaanvraag is zodanig met de persoon van de aanvrager verweven, dat alleen de aanvrager als belanghebbende kan worden beschouwd bij een besluit tot afwijzing daarvan.1 Omdat eiser is overleden, kan met dit beroep het doel van de procedure – het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd – niet meer worden bereikt.
Het procesbelang bij de beoordeling van het beroep is vervallen. De rechtbank zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak daarom niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. F.J. Attema, griffier.
1 Zie de uitspraak van de Afdeling van 29 september 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ00073, r.o. 2.4.2.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
02 maart 2026
Documentcode: [Documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.