Vreemdelingenrecht

BNT, regulier, besluit op aanvraag, beroep ingetrokken, pkv toegewezen.

Rechtbank Den Haag, 30 juni 2026

Zaakgegevens

Op 30 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
30 juni 2026
Datum publicatie
2 juli 2026
Zaaknummer
NL25.21062
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:17899
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

BNT, regulier, besluit op aanvraag, beroep ingetrokken, pkv toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.21062


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster,

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.M. Bell),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft op 7 mei 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor verblijf als familie- of gezinslid bij [referent] (referent).

Bij besluit van 4 juni 2025 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster ingewilligd.

Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.

2. Verzoekster heeft de aanvraag ingediend op 11 november 2024. Op grond van artikel 2u, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 dient verweerder binnen 90 dagen te beslissen. Verweerder heeft bij brief van 29 januari 2025 de beslistermijn verlengd. De beslistermijn is daarom geëindigd op 9 mei 2025.

3. Verzoekster heeft verweerder 16 maart 2025 in gebreke gesteld. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. Dit betekent dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend. Gelet hierop is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling van verweerder.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan op 30 juni 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S.J.I. Hendrickx, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Algemene wet bestuursrecht. Besluit proceskosten bestuursrecht.