Vreemdelingenrecht

Eerste beroep bewaring, niet-ontvankelijk, beroep tegen niet bestaande maatregel

Rechtbank Den Haag, 9 januari 2026

Zaakgegevens

Op 9 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
9 januari 2026
Datum publicatie
5 februari 2026
Zaaknummer
NL25.57883
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:1905
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Eerste beroep bewaring, niet-ontvankelijk, beroep tegen niet bestaande maatregel

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.57883

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. S. Akkas),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: S. Faddach).

Procesverloop

Eiser heeft op 25 november 2025 beroep ingesteld tegen een op die datum opgelegde maatregel van bewaring op grond van artikel 59/59a/59b van de Vreemdelingenwet 2000. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 8 december 2025 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Tunesische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1999.

2. Eiser heeft op 25 november 2025 beroep ingesteld tegen een maatregel van bewaring. Op 4 december 2025 heeft de minister de rechtbank geïnformeerd dat er geen maatregel van bewaring aan eiser is opgelegd. Op 3, 4 en 5 december 2025 heeft de rechtbank contact opgenomen met de gemachtigde van eiser, met het verzoek om te verduidelijken tegen welk besluit het beroep zich richt, aangezien aan eiser geen maatregel van bewaring is opgelegd. Op 5 december 2025 om 16.43 uur heeft de gemachtigde van eiser aan de rechtbank en de minister meegedeeld dat hij het beroep handhaaft. Ter zitting heeft eiser zich op het standpunt gesteld dat het beroep zich richt tegen de ophouding en niet tegen de maatregel van bewaring.

3. De rechtbank verklaart het beroep van eiser niet-ontvankelijk. Eiser heeft beroep ingesteld tegen een niet bestaande maatregel, hetgeen geen besluit is zoals bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Eisers eerst ter zitting ingenomen standpunt dat het beroep zich richt tegen de ophouding en niet tegen een maatregel van bewaring acht de

rechtbank – gelet op de hiervoor geschetste gang van zaken – tardief en ook niet in overeenstemming met het door eiser ingediende beroep.

4. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Rommes, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

09 januari 2026

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.