Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening hangende beroep. Beëindiging COA-opvang, schending meldplicht. Verzoek toegewezen
Rechtbank Den Haag, 10 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:19399 · Rechtbank Den Haag · 10 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-19399
Zaakgegevens
Op 10 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 juli 2026
- Datum publicatie
- 14 juli 2026
- Zaaknummer
- AWB 26/10711
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:19399
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorlopige voorziening hangende beroep. Beëindiging COA-opvang, schending meldplicht. Verzoek toegewezen
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 26/10711
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 juli 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedag] 1973, van Syrische nationaliteit, verzoekster
(gemachtigde: mr. I.J.M. Oomen),
en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van de opvang van verzoekster in een opvanglocatie van verweerder. Verzoekster is het daar niet mee eens. Zij heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ervoor zorgt dat zij weer tot de opvang wordt toegelaten en weer op de wachtlijst voor huisvesting wordt geplaatst, totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in het bodemgeding.
Procesverloop
2. Aan verzoekster is op 12 april 2024 verblijfsrecht op grond van subsidiaire bescherming toegekend. Zij verbleef in een opvanglocatie van verweerder.
3. Met een e-mail van 23 mei 2026 heeft verweerder de opvang van verzoekster beëindigd. Zij heeft namelijk niet voldaan aan de meldplicht van artikel 12 van de Rva.
Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. Verzoekster is wegens betalingsonmacht vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 7 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, mr. D. Brouwer als waarnemer van de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Is de voorzieningenrechter bevoegd?
4. Partijen verschillen van standpunt over de vraag of de beëindiging van de opvang moet worden gezien als een appellabel besluit. Bij deze rechtbank en zittingsplaats is over de vraag of beëindiging van de opvang als appellabel besluit moet worden aangemerkt een meervoudige kamer zitting geweest, waarin nog uitspraak gedaan zal worden. De voorzieningenrechter doet om deze reden geen uitspraak over dit geschilpunt. Gelet op de spoedeisendheid van het verzoek, zal de voorzieningenrechter er vooralsnog van uitgaan dat er sprake is van een appellabel besluit en het verzoek inhoudelijk beoordelen.
Spoedeisend belang
5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekster een spoedeisend belang heeft bij haar verzoek. Zij is momenteel voor wat betreft het hebben van een slaapplek en eten afhankelijk van gunsten van kennissen en onbekenden. Verzoekster heeft geen inkomen en in beginsel geen toegang tot medicatie. De stelling van verweerder dat zij voor deze voorzieningen aanvragen kan doen bij een gemeente, neemt het actuele spoedeisende belang niet weg. Het duurt immers even voordat een gemeente op dergelijke aanvragen beslist. Daarbij heeft verzoekster aangevoerd dat ze bij de gemeente [plaats] een Wmo-aanvraag heeft gedaan, maar dat zij bij het loket werd weggestuurd. De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang daarom aanwezig.
Belangenafweging
6. De voorzieningenrechter zal een belangenafweging maken. Hierin weegt hij de belangen van verzoekster die pleiten vóór het treffen van een voorlopige voorziening en de belangen van verweerder die pleiten tegen het treffen daarvan.
7. De voorzieningenrechter acht het aan de kant van verweerder van belang dat de regels rondom de opvangvoorzieningen worden nageleefd. Verweerder heeft aangegeven dat verzoekster de meldplicht al eerder heeft geschonden en dat zij voor de consequenties is gewaarschuwd. Toen verzoekster deze keer aankondigde dat zij voor een aantal weken naar het buitenland zou vertrekken, is zij hier nogmaals op gewezen. Verzoekster is toch gegaan en heeft zich niet aan de meldplicht gehouden. Daartegenover acht de voorzieningenrechter het aan de kant van verzoekster van belang dat de beëindiging van de opvang een grote impact op haar heeft. Verzoekster heeft aangevoerd dat zij ruim twee jaar in de opvanglocatie heeft verbleven, zich altijd goed heeft gedragen en dat zij een goede reden had om naar het buitenland te vertrekken. Zij moest namelijk zorgen voor een ziek familielid. Verzoekster begreep niet dat zij hiervoor toestemming moest hebben, omdat zij dit bezoek had aangekondigd bij haar casemanager zoals haar was opgedragen. Verzoekster is nu voor onderdak afhankelijk van kennissen en onbekenden, heeft geen leefgeld meer, komt niet in aanmerking voor medische zorg en staat niet meer op de wachtlijst voor een geschikte woonruimte. Zij wijst op de enorme impact die de beslissing op haar heeft en dat dit niet in verhouding staat tot het niet nakomen van de meldplicht. Gelet op de grote belangen van verzoekster ziet de rechtbank aanleiding om de voorlopige voorziening toe te wijzen.
Conclusie en gevolgen
8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en bepaalt bij wijze van een voorlopige voorziening dat verweerder verzoekster opvangvoorzieningen moet bieden en haar zal laten herplaatsen op de wachtlijst voor passende huisvesting, totdat op het beroep is beslist.
9. Omdat het verzoek wordt toegewezen krijgt verzoekster een proceskostenvergoeding. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en de waarnemer van de gemachtigde heeft aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- bepaalt bij wijze van een voorlopige voorziening dat verweerder verzoekster opvangvoorzieningen moet bieden en haar moet laten herplaatsen op de wachtlijst voor passende huisvesting, totdat op het beroep is beslist;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.L.C.M. Ficq, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.H. Gonera, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2026.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: