Vreemdelingenrecht
Vreemdelingenbewaring - artikel 59b - mondelinge uitspraak - beroep gegrond
Rechtbank Den Haag, 14 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:20100 · Rechtbank Den Haag · 14 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-20100
Zaakgegevens
Op 14 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 14 juli 2026
- Datum publicatie
- 20 juli 2026
- Zaaknummer
- NL26.38166
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20100
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vreemdelingenbewaring - artikel 59b - mondelinge uitspraak - beroep gegrond
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.38166
proces-verbaal van de uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. A.E. van der Burg).
Procesverloop
1. Op 8 juli 2026 heeft eiser asiel aangevraagd. Bij besluit van 8 juli 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.
Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
Op 9 juli 2026 heeft eiser zijn asielaanvraag ingetrokken.
De rechtbank heeft het beroep op 14 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, K. Lazar als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan en daarbij meegedeeld binnen welke termijn en bij wie hoger beroep kan worden ingesteld.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van € 600,- aan schadevergoeding aan eiser, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;
- beveelt de opheffing van de maatregel van vreemdelingenbewaring met ingang van vandaag;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.
Overwegingen
2. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
3. De IND heeft het niet goed gedaan. Eiser had asiel gevraagd en twee dagen later de asielaanvraag weer ingetrokken. De wet en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zeggen dat in dat geval de IND binnen 48 uur een nieuwe maatregel moet opleggen. Dat is ten onrechte niet gebeurd. Dat betekent dat de rechtbank constateert dat de maatregel van bewaring uiterlijk op 11 juli 2026 omgezet had moeten worden. Dat is ten onrechte niet gebeurd. Vanaf 11 juli 2026 heeft eiser ten onrechte in vreemdelingenbewaring verbleven. Eiser krijgt vanaf 11 juli tot en met vandaag schadevergoeding voor zijn verblijf in detentie zonder geldige maatregel. Partijen kunnen binnen een week in hoger beroep.
4. Eiser komt niet meteen uit bewaring, hij moet terug naar het detentiecentrum om zijn spullen te pakken.
5. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien zij de opheffing van de maatregel van vreemdelingenbewaring beveelt aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen. Omdat eiser op 15 juli is vrijgekomen, acht de rechtbank gronden aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen voor 5 dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) vreemdelingenbewaring ten bedrage van 5 x € 120,- (verblijf detentiecentrum) = € 600,-.
6. Eiser krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser geacht wordt beroep te hebben ingesteld en aan de zitting heeft deelgenomen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op::
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.